I. Sternfeld
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Getypt afschrift van een verzoekschrift.
* **Inhoud:** De afzender, I. Sternfeld, verzoekt om een officiële vergunning om goederen te mogen verkopen op de Amsterdamse markten. Hij legt uit dat hij voorheen als acrobaat werkte zonder vergunning, wat tot boetes leidde. Nadat hij een tijdelijke regeling had via de Inspecteur van het Marktwezen om een artikel te verkopen, kon hij drie maanden lang zelfstandig in zijn levensonderhoud voorzien. Echter, op 4 mei 1939 verbood de politie hem dit werk, waardoor hij nu een formele vergunning aanvraagt om te voorkomen dat hij afhankelijk wordt van de bijstand ("Maatschappelijken Steun"). * **Taalgebruik:** De brief is geschreven in de formele, ietwat onderdanige stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met de overheid in die tijd ("met de meest verschuldigde eerbied", "onderget."). Er staan enkele archaïsche spellingen en grammaticale eigenaardigheden in, zoals "steets" (steeds) en "alsdat". * **Persoonlijke situatie:** De schrijver woont in de Gerard Doustraat, midden in de Pijp en vlakbij de Albert Cuypmarkt. Dit verklaart zijn sterke band met de markthandel. Hij benadrukt dat hij wil werken voor zijn "kleine boterham" in plaats van steun te trekken, wat getuigt van arbeidsethos in een economisch moeilijke tijd.
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Dit document is een ambtelijk advies aan een wethouder over de weigering van een marktvergunning voor een zekere I. Sternfeld. De kern van het conflict ligt in het onderscheid tussen 'bona-fide handel' en 'vermaak'. Sternfeld had oorspronkelijk toestemming gekregen om als standwerker op te treden: hij mocht acrobatiek gebruiken als middel om publiek te trekken voor de verkoop van goederen. In de praktijk bleek hij de rollen echter om te draaien. Hij trad op als acrobaat en dwong het publiek tot de aankoop van potloden als een soort 'toegangsbewijs' voordat hij zijn show begon. De overheid beschouwde de verkoop van potloden hierdoor als een "voorwendsel" voor een acrobatische vertoning, wat volgens de toenmalige regels niet thuishoorde op de reguliere markt. De conclusie van de brief is dan ook dat de toestemming voor de toekomst is ingetrokken.
Officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Deze brief is een formeel ambtelijk besluit van de gemeente Amsterdam uit de zomer van 1939. De kern van het document is een afwijzing: de geadresseerde, de heer I. Sternfeld, krijgt geen toestemming voor een "standplaats" (marktplaats). De opgegeven reden is dat de markten niet bestemd zijn voor het doel dat Sternfeld voor ogen had. Opvallend is de gedetailleerde titel van de wethouder, die toezicht hield op een breed scala aan publieke voorzieningen, van levensmiddelen tot zweminrichtingen. De afkorting "AFD. L.M." staat zeer waarschijnlijk voor de "Afdeling Levensmiddelen". De letters "vM" onder de hoofdtekst verwijzen naar de initialen van de wethouder, Van Meurs.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE kan krijgen . Hopen de dat u hiervan nota zal nemen teeken ik Mej: J. Sternfeld. **No 26/2 2** (stempel) **M. 1941 16/1** (stempel) Dapperstraat pl: n: 31
- 3 -
Grb.1015. H/e. 28 April 1942. den Heer Wethouder P.W.
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin een klein merkje, mogelijk een 'i' of vinkje] Molenaar 'B <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> 16/12 '43 Markt Dapperstraat B [onderstreept]
**VI.**