M. Lip
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Handgeschreven brief met ambtelijke stempels.
In deze brief verzoekt de heer A. Hollander om zijn marktplaats op de Gaaspstraat in Amsterdam te mogen behouden, ondanks het feit dat hij de volgende dag (28 juli 1942) moet vertrekken naar een "Rijkswerkkamp". Hij geeft aan dat hij bereid is het wekelijkse stageld te blijven betalen. Daarnaast vraagt hij om vrijstelling van de plicht om daadwerkelijk uit te pakken (de marktplaats te bezetten met goederen). Hij voert hiervoor twee schrijnende redenen aan: 1. **Gebrek aan goederen:** Sinds 28 mei is zijn zaak "in liquidatie", wat betekent dat hij geen nieuwe voorraad meer mag of kan inkopen. 2. **Persoonlijke omstandigheden:** Zijn vrouw lijdt aan "overspanning", ongetwijfeld veroorzaakt door de dreigende deportatie en de beperkende maatregelen. De brief is een formeel, beleefd schrijven ("WelEdel: Heer", "Hoogachtend"), wat het contrast met de brute realiteit van die tijd extra scherp maakt.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE [linksboven] Mej. A. M. Putz geb. 13-2-17 [midden] [inktvlekken/krabbels]
Grb.1015. H/e. 28 April 1942. den Heer Wethouder P.W.
# TRANSCRIPTIE [Handgeschreven, rechtsboven:] *ten. Mr. Mouw* VP/HG. 37/59/1 M. [Handgeschreven, midden:] *Verzonden 16/4-'40.* 15 April 1940. Tegengaan van het zoo- genaamde "leuren". den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, <u>A l h i e r .</u>
M. de Haan.
# TRANSCRIPTIE (Rechtsboven op de pagina) Hr. Müller [onderstreept]