Handgeschreven conceptnotitie of ambtelijk advies met uitgebreide doorhalingen en marginalia.
Origineel
Handgeschreven conceptnotitie of ambtelijk advies met uitgebreide doorhalingen en marginalia. (Noot: Doorgehaalde tekst is waar mogelijk weergegeven tussen [ ]. Tekst in de kantlijn is ingevoegd op de meest logische plek in de tekststroom.)
2) [de] op de markt gevestigde handelaren [tal van] lasten (marktgelden, [enz]) die [moeten opbrengen], welke door de "leurders" worden ontdoken. [En de CM voortdurend in gevaar.] Het euvel van het leuren brengt met name de fylloxera-vertyging in de...
[derwijle de heer] (heer Gemeente-Advocaat), [om tegen de koopers van den leurder] een voorschrift [op] te nemen in de A.P.V. staat vast, dat [noodig] toch maatregelen...
[De bepaling,] die ik thans voorstel is echter niet van strafrechtelijken, doch uitsluitend van administratieven aard. De handelaren, die [– evenals die, welke de heer Gemeente-Advocaat in overweging gaf – op de koopers gericht; zij is echter] van "leurders" koopen, kunnen in den regel de CM niet missen voor het koopen van producten, die [den leurder niet] bij den "leurder" niet verkrijgbaar zijn (bijv. fruit, waarmede in veel mindere mate wordt "geleurd" dan met aardappelen; of bijv. ook de versche tuinders-groente, die uitsluitend via de CM wordt verhandeld). Ik geef daarom in overweging om handelaren, van wie blijkt, dat zij [bij leurders] hun waren buiten de CM om kochten, de toegang tot die markt te ontzeggen.
[– daar gelaten dus of de koop aldan niet geschiedde met voorafgaande betaling –] Indien een dergelijk voorschrift toelaatbaar is – en ik ben van meening, dat dit inderdaad het geval kan zijn – dan kan, door [bevoegde] contrôle in de stad worden waargenomen, welke handelaren waren van "leurders" betrekken en [wordt] door de mogelijkheid [Op grond van de hierna te melden overwegingen,] deze handelaren van de CM te weren, de leurhandel ongetwijfeld afdoende bestreden. Het staat nl. vast, dat nagenoeg geen handelaar zal riskeeren niet meer op de CM te mogen komen en dus zullen de "leurders" hun waren niet meer hier ter stede aan de hand kunnen doen. De kern van dit document is een voorstel voor een repressieve administratieve maatregel om de illegale leurhandel aan te pakken. De auteur redeneert dat directe vervolging van leurders wellicht moeizaam is, maar dat men de 'vraagzijde' van de markt kan aanpakken: de gevestigde handelaren die stiekem van deze leurders kopen om marktgeld te ontduiken.
Het voorgestelde pressiemiddel is de ontzegging van de toegang tot de Centrale Markt (CM). Omdat handelaren voor bepaalde producten (zoals fruit en specifieke groenten) afhankelijk zijn van de CM, zou de dreiging van een verbod hen dwingen om alleen nog via de legale kanalen in te kopen. De auteur stelt dat als de handelaren stoppen met kopen van leurders, de leurhandel vanzelf uit de stad zal verdwijnen. De tekst toont een duidelijke verschuiving van een strafrechtelijke naar een bestuursrechtelijke (administratieve) aanpak. Dit document past in de historische context van de regulering van stedelijke markten in Nederland. In de eerste helft en het midden van de 20e eeuw was er vaak strijd tussen de gereguleerde markt (waar handelaren belasting en staangeld betaalden) en de informele straathandel (leurders).
De verwijzing naar de "fylloxera-vertyging" (druifluis) is interessant; het suggereert dat naast economische motieven ook fytosanitaire redenen (het voorkomen van plantenziekten door ongecontroleerde import van landbouwproducten) een rol speelden bij de drang om de handel te centraliseren en te controleren via de CM. De betrokkenheid van de "Gemeente-Advocaat" en de verwijzing naar de "A.P.V." laten zien dat men zocht naar een solide juridische basis voor deze uitsluiting van handelaren.