Handgeschreven brief met ambtelijke stempels.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke stempels. 27 juli 1942. A. Hollander, Sint Antoniesbreestraat 25 I, Amsterdam. Waarschijnlijk de Dienst der Marktwezen van de gemeente Amsterdam. [Stempel linksboven:] Nº 103/72/1
[Stempel middenboven:] M. 1942 20/7
[Rechtsboven:] M. Lip [?] A,dam 27-7-42
WelEdel: Heer.
Hiermede heb ik een beleefd verzoek daar ik den 28 juli naar het Rijkswerkkamp moet en vanaf 28 Mei in Liquidatie ben doch had ik gaarne mijn plaats op den markt Gaaspstraat behouden met mijn wekelijks betaling, doch vraag ik uitstel van uitpakken wegens gebrek aan goederen en overspanning van mijn vrouw.
Hopende dat uw mijn verzoek kan toestaan bij voorbaat dankend
Hoogachtend
A Hollander
st Antonie Breestraat 25 I
Amsterdam In deze brief verzoekt de heer A. Hollander om zijn marktplaats op de Gaaspstraat in Amsterdam te mogen behouden, ondanks het feit dat hij de volgende dag (28 juli 1942) moet vertrekken naar een "Rijkswerkkamp". Hij geeft aan dat hij bereid is het wekelijkse stageld te blijven betalen.
Daarnaast vraagt hij om vrijstelling van de plicht om daadwerkelijk uit te pakken (de marktplaats te bezetten met goederen). Hij voert hiervoor twee schrijnende redenen aan:
1. Gebrek aan goederen: Sinds 28 mei is zijn zaak "in liquidatie", wat betekent dat hij geen nieuwe voorraad meer mag of kan inkopen.
2. Persoonlijke omstandigheden: Zijn vrouw lijdt aan "overspanning", ongetwijfeld veroorzaakt door de dreigende deportatie en de beperkende maatregelen.
De brief is een formeel, beleefd schrijven ("WelEdel: Heer", "Hoogachtend"), wat het contrast met de brute realiteit van die tijd extra scherp maakt. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische neerslag van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Rijkswerkkampen: In 1942 werden veel Joodse mannen opgeroepen voor deze kampen in Nederland (zoals kamp Westerbork in zijn vroege fase, of kleinere werkverschaffingskampen). Vaak was dit een voorportaal voor deportatie naar de vernietigingskampen in het Oosten.
- Liquidatie: Joodse ondernemers werden vanaf 1941 gedwongen hun zaken te laten liquideren of onder toezicht van een 'Verwalter' te plaatsen. Hollander geeft aan dat dit proces bij hem sinds mei 1942 liep.
- Locatie: De afzender woont in de Sint Antoniesbreestraat, een straat in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. De markt aan de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) was een plek waar veel Joodse marktkooplieden werkten.
- Datum: De datum 27 juli 1942 is cruciaal; de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam waren op dat moment net enkele weken in volle gang.
De brief toont de wanhopige poging van een burger om te midden van een catastrofe nog enige grip te houden op zijn toekomst en zijn bestaansmiddelen, terwijl hij zich tegelijkertijd moet schikken naar de bevelen van de bezetter. A. Hollander M. Lip Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoekt de heer A. Hollander om zijn marktplaats op de Gaaspstraat in Amsterdam te mogen behouden, ondanks het feit dat hij de volgende dag (28 juli 1942) moet vertrekken naar een "Rijkswerkkamp". Hij geeft aan dat hij bereid is het wekelijkse stageld te blijven betalen.
Daarnaast vraagt hij om vrijstelling van de plicht om daadwerkelijk uit te pakken (de marktplaats te bezetten met goederen). Hij voert hiervoor twee schrijnende redenen aan:
1. Gebrek aan goederen: Sinds 28 mei is zijn zaak "in liquidatie", wat betekent dat hij geen nieuwe voorraad meer mag of kan inkopen.
2. Persoonlijke omstandigheden: Zijn vrouw lijdt aan "overspanning", ongetwijfeld veroorzaakt door de dreigende deportatie en de beperkende maatregelen.
De brief is een formeel, beleefd schrijven ("WelEdel: Heer", "Hoogachtend"), wat het contrast met de brute realiteit van die tijd extra scherp maakt.
Historische Context
Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische neerslag van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Rijkswerkkampen: In 1942 werden veel Joodse mannen opgeroepen voor deze kampen in Nederland (zoals kamp Westerbork in zijn vroege fase, of kleinere werkverschaffingskampen). Vaak was dit een voorportaal voor deportatie naar de vernietigingskampen in het Oosten.
- Liquidatie: Joodse ondernemers werden vanaf 1941 gedwongen hun zaken te laten liquideren of onder toezicht van een 'Verwalter' te plaatsen. Hollander geeft aan dat dit proces bij hem sinds mei 1942 liep.
- Locatie: De afzender woont in de Sint Antoniesbreestraat, een straat in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. De markt aan de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) was een plek waar veel Joodse marktkooplieden werkten.
- Datum: De datum 27 juli 1942 is cruciaal; de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam waren op dat moment net enkele weken in volle gang.
De brief toont de wanhopige poging van een burger om te midden van een catastrofe nog enige grip te houden op zijn toekomst en zijn bestaansmiddelen, terwijl hij zich tegelijkertijd moet schikken naar de bevelen van de bezetter.