S. Acohen
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Administratieve notitie/correspondentie van de gemeente Amsterdam betreffende marktplaatsvergunningen.
Het document is een interne ambtelijke notitie over de intrekking van een marktplaatsvergunning. De marktopzichter heeft gerapporteerd dat de heer S. Acohen zijn plaats op de Westerstraat-markt in Amsterdam gedurende drie weken niet heeft bezet, ondanks zijn eigen bewering van wel. Op basis van dit verzuim wordt geadviseerd de vergunning in te trekken. Er is geprobeerd om Acohen op 1 november 1940 te horen voor nadere inlichtingen, maar hij is niet verschenen. Er lijkt ook enige onduidelijkheid te bestaan over het exacte nummer van de staanplaats (304 of 158). De ambtelijke afhandeling wordt gedaan door personen met de namen De Haer en H. (de) Wolff.
Handgeschreven brief op gelinieerd papier met ambtelijke stempels en kanttekeningen.
De brief is geschreven door Saartje Acohen-Hillesum aan de Directeur van het Marktwezen. Zij reageert op een schrijven (vermoedelijk een aanmaning) betreffende openstaand marktgeld voor een standplaats in de Gaaspstraat. Ze meldt dat haar echtgenoot, Jacob Acohen, sinds 4 september 1942 "naar Duitsland is vertrokken", waardoor hij niet in staat was te betalen. Onderaan het document zijn ambtelijke notities toegevoegd. Op 12 oktober 1942 is de vordering of de vergunning "ingetrokken". De stempel "GEZIEN DE INSPECTEUR" bevestigt dat de afdeling markttoezicht de melding heeft verwerkt.
Relevante Archieffragmenten
M. de Haan.
- 3 -
Werkman bij de Commissie
<u>Weekmarkten:</u>
19 Dec. '41 cz