Handgeschreven brief op gelinieerd papier met ambtelijke stempels en kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief op gelinieerd papier met ambtelijke stempels en kanttekeningen. 11 oktober 1942. S. Acohen (echtgenote van J. Acohen), Uithoornstraat 32 huis, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. Nº 4/103/141/1 M. 1942 15/10 [handgeschreven toevoeging]
167 [handgeschreven rechtsboven]
Aan:
den Directeur van het
Marktwezen
te Amsterdam.
m. v. Mp [paraf]
Amsterdam 11 October '42.
M. H.,
In beleefd antwoord op uw
laatste brief welke wij heden ontvingen, bericht ik U
dat J. Acohen, Uithoornstraat 32 huis (wijk 7)
sedert 4 September j.l. naar Duitschland is vertrokken,
waardoor hij natuurlijk onmogelijk in de gelegenheid
was marktgeld te betalen voor zijn plaats in de Gaaspstraat.
Vertrouwende dat U van bovenstaande goede nota
wil nemen, verblijf ik
Zijn Vrouw
S. Acohen.
Uithoornstraat 32.
St. ongeluwa [?]; 12 Oct '42 ingetrokken.
mb.
Mni - 16/10 '42
GEZIEN
DE INSPECTEUR.
[onleesbare handtekening] De brief is geschreven door Saartje Acohen-Hillesum aan de Directeur van het Marktwezen. Zij reageert op een schrijven (vermoedelijk een aanmaning) betreffende openstaand marktgeld voor een standplaats in de Gaaspstraat. Ze meldt dat haar echtgenoot, Jacob Acohen, sinds 4 september 1942 "naar Duitsland is vertrokken", waardoor hij niet in staat was te betalen.
Onderaan het document zijn ambtelijke notities toegevoegd. Op 12 oktober 1942 is de vordering of de vergunning "ingetrokken". De stempel "GEZIEN DE INSPECTEUR" bevestigt dat de afdeling markttoezicht de melding heeft verwerkt. Dit document is een aangrijpende illustratie van de bureaucratische afwikkeling van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Gaaspstraat in de Rivierenbuurt was in 1941 aangewezen als een van de weinige "Joodse markten" waar Joodse kooplieden nog mochten staan nadat zij van reguliere markten waren verbannen.
De zinsnede "naar Duitschland vertrokken" was het destijds gebruikelijke eufemisme voor deportatie. Uit historische bronnen blijkt dat Jacob Acohen op 4 september 1942 op transport is gesteld naar Auschwitz, waar hij op 30 september 1942 — elf dagen vóórdat zijn vrouw deze brief schreef — werd vermoord. De brief toont de wanhopige poging van achterblijvers om lopende zaken in de normale wereld af te wikkelen, terwijl de realiteit van de vernietigingskampen zich buiten hun zicht voltrok. Saartje Acohen-Hillesum werd later zelf gedeporteerd en overleed in juni 1943 in Sobibor. J. Acohen S. Acohen Marktwezen
Samenvatting
De brief is geschreven door Saartje Acohen-Hillesum aan de Directeur van het Marktwezen. Zij reageert op een schrijven (vermoedelijk een aanmaning) betreffende openstaand marktgeld voor een standplaats in de Gaaspstraat. Ze meldt dat haar echtgenoot, Jacob Acohen, sinds 4 september 1942 "naar Duitsland is vertrokken", waardoor hij niet in staat was te betalen.
Onderaan het document zijn ambtelijke notities toegevoegd. Op 12 oktober 1942 is de vordering of de vergunning "ingetrokken". De stempel "GEZIEN DE INSPECTEUR" bevestigt dat de afdeling markttoezicht de melding heeft verwerkt.
Historische Context
Dit document is een aangrijpende illustratie van de bureaucratische afwikkeling van de Jodenvervolging tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Gaaspstraat in de Rivierenbuurt was in 1941 aangewezen als een van de weinige "Joodse markten" waar Joodse kooplieden nog mochten staan nadat zij van reguliere markten waren verbannen.
De zinsnede "naar Duitschland vertrokken" was het destijds gebruikelijke eufemisme voor deportatie. Uit historische bronnen blijkt dat Jacob Acohen op 4 september 1942 op transport is gesteld naar Auschwitz, waar hij op 30 september 1942 — elf dagen vóórdat zijn vrouw deze brief schreef — werd vermoord. De brief toont de wanhopige poging van achterblijvers om lopende zaken in de normale wereld af te wikkelen, terwijl de realiteit van de vernietigingskampen zich buiten hun zicht voltrok. Saartje Acohen-Hillesum werd later zelf gedeporteerd en overleed in juni 1943 in Sobibor.