Administratieve notitie/correspondentie van de gemeente Amsterdam betreffende marktplaatsvergunningen.
Origineel
Administratieve notitie/correspondentie van de gemeente Amsterdam betreffende marktplaatsvergunningen. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 33/90/16 193/40
DOORGEZONDEN: 19/10
[Rechtsboven:] 876
[Links van de tekst:] 5/11-40 [geparafeerd]
[Hoofdtekst:]
S. Acohen pl 304 Westerstraat
opgeroepen per 16 of 18 Oct '40.
Zie 33/90/14 rl 40
33/30/17 2
Uit bijgaand rapport
van den Marktopzichter blijkt
dat de bewering van Acohen
m. b. [met betrekking] dat hij de laatste drie weken
zijn plaats op de markt Westerstraat
heeft ingenomen, niet juist is.
Aan Acohen moet dan ook worden
bericht dat zijn plaats op opge-
melde markt wordt ingetrokken.
Ik voeg hier nog aan toe dat
ik Acohen op heden 1 Nov. bij mij
ontboden heb, teneinde hem in de gele-
genheid te stellen nadere inlichtingen
te verstrekken. Acohen heeft echter niets
van zich laten horen.
[Aantekeningen in de marge en tussen de tekst:]
H. Wolff
Oproepen op Vrijdag 30-10-40 1/11 - 9 uur
de Haer
Advies 21-10-40 de Haer
H. de Wolff
Plaats 304 of 158 ?
bespreken aub.
1-11-40 de Haer [geparafeerd]
24/10 40 [geparafeerd]
[Stempel linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 2b
10.000-10-1937-1016 Het document is een interne ambtelijke notitie over de intrekking van een marktplaatsvergunning. De marktopzichter heeft gerapporteerd dat de heer S. Acohen zijn plaats op de Westerstraat-markt in Amsterdam gedurende drie weken niet heeft bezet, ondanks zijn eigen bewering van wel.
Op basis van dit verzuim wordt geadviseerd de vergunning in te trekken. Er is geprobeerd om Acohen op 1 november 1940 te horen voor nadere inlichtingen, maar hij is niet verschenen. Er lijkt ook enige onduidelijkheid te bestaan over het exacte nummer van de staanplaats (304 of 158). De ambtelijke afhandeling wordt gedaan door personen met de namen De Haer en H. (de) Wolff. Dit document dateert van oktober/november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam "S. Acohen" duidt op een persoon van Joodse afkomst. In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten en het collaborerende deel van het Nederlandse ambtenarenapparaat met de registratie en uitsluiting van Joden uit het economische leven.
Hoewel de officiële reden voor intrekking hier een administratieve is (het niet bezetten van de kraam), was het voor Joodse marktkooplieden in 1940 steeds moeilijker om hun handel voort te zetten door toenemende beperkingen en intimidatie. Het niet verschijnen op een oproep van de gemeente (zoals hier op 1 november) kon voortkomen uit angst of doordat de betrokkene reeds door andere maatregelen was getroffen. De Westerstraat was en is een bekende marktlocatie in de Amsterdamse Jordaan, waar vanouds veel Joodse handelaren werkzaam waren. S. Acohen (marktkraamhouder) H. Wolff (ambtenaar) De Haer (ambtenaar/inspecteur). Gemeente Amsterdam