I. Breemer
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Document
* **Inhoud:** De brief is een formele aanzegging aan de heer I. Breemer dat de gemeente het voornemen heeft zijn marktplaats op de Lindengracht in te trekken. De reden hiervoor is dat hij zijn standplaats niet regelmatig bezet, ondanks een eerdere schriftelijke waarschuwing. Dit is in strijd met artikel 11 van het vigerende Marktreglement. * **Procedure:** Voordat het definitieve besluit tot intrekking wordt genomen, krijgt de betrokkene de gelegenheid om gehoord te worden ("hoorplicht"). Hij wordt ontboden op het kantoor van het Marktwezen aan de Jan van Galenstraat op 15 maart 1939. * **Taalgebruik:** Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele ambtelijke spelling (bijv. "schriftelyke", "myn", "tusschen"). * **Handgeschreven notities:** De aantekening "Verzonden 10/3" bovenaan suggereert dat de brief wellicht al eerder was voorbereid of dat er een discrepantie is tussen de administratieve verwerking en de getypte datum op de brief (13 maart). ---
Doorslag van een getypte brief met handgeschreven aantekeningen.
Deze brief dient als een officiële waarschuwing aan een markthandelaar, de heer I. Breemer. De aanleiding is een briefkaart die Breemer op 19 januari 1940 had gestuurd, mogelijk met een verzoek of een verklaring voor afwezigheid. De directeur van de marktdienst stelt echter onomwonden vast dat de heer Breemer verplicht is zijn toegewezen plaatsen op de Lindengracht en de Westerstraat (beide bekende markten in de Jordaan) regelmatig te bezetten. De consequentie van het niet nakomen van deze verplichting is expliciet: het intrekken van de vergunning voor deze marktplaatsen op basis van het geldende marktreglement. De toon is zakelijk en dreigend, typerend voor de bureaucratische handhaving van die tijd.
Doorslag van een officiële brief / waarschuwing.
Dit document is een formele administratieve waarschuwing gericht aan een marktkoopman, de heer I. Breemer. De kern van de brief is een sommatie tot naleving van het Marktreglement. Uit de tekst blijkt dat Breemer twee standplaatsen had op belangrijke Amsterdamse markten: de Lindengracht en de Westerstraat (beide in de Jordaan). De aanleiding voor de brief is een eerdere correspondentie van Breemer zelf (een briefkaart van 19 januari). De directeur wijst hem op zijn bezettingsplicht; in de marktverordening is vastgelegd dat een toegewezen plek ook daadwerkelijk gebruikt moet worden om het recht erop te behouden. De toon is strikt bureaucratisch: bij verzuim volgt onmiddellijke intrekking van de marktvergunningen.
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin een klein merkje, mogelijk een 'i' of vinkje] Molenaar 'B <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> 16/12 '43 Markt Dapperstraat B [onderstreept]
# TRANSCRIPTIE 1e Bloemdwarsstraat 9 I C. A. Kremer, oud 53 jaar (geb. 8-3-1886); H no. 128582 huisvergunning Serie 15 no. 50 (uitreiking v.a. 30.7.1907); had aandaff. p. f. Smit - Zuid.
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Ambtelijk schrijven / Rapportage * **Datum:** 25 januari 1940 * **Locatie:** Amsterdam (Lindengracht en Westerstraat) * **Afzender:** Nieuwenhoff (waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder) * **Geadresseerde:** De Inspecteur van het Marktwezen * **Onderwerp:** Onvoldoende bezetting van marktplaatsen door de heer Breemer
# DOCUMENT INFO * **Type document:** Doorslag van een getypte brief met handgeschreven aantekeningen. * **Datum:** 3 februari 1940. * **Afzender:** De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van de Markten te Amsterdam). * **Ontvanger:** Den Heer I. Breemer, Sint Antoniesbreestraat 18, Amsterdam-Centrum. * **Referenties:** VP/HG. en 28/10/2 M. * **Handgeschreven toevoegingen:** "4en. M....
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin:] J. Brouwer