Archief 745
Inventaris 745-270
Pagina 40
Dossier 1
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

24 november 1939 Van: De Burgemeester van Amsterdam (W. de Vlugt)

Origineel

24 november 1939 De Burgemeester van Amsterdam (W. de Vlugt) [Stempel linksboven:] № 7/15/1
[Stempel midden:] M. 1939 29/11

GEMEENTE AMSTERDAM

Afd. Algemeene Zaken.
No. 1180 A.Z./897 Am. 1939.

Amsterdam, 24 November 1939.
[Handgeschreven aantekeningen rechtsboven:] Marktv. / u.i. [onleesbaar] / Ar. Jonkman

MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.

Het is mij gebleken, dat met betrekking tot den opslag van schoonmaakartikelen (vloerolie, was, terpentijn, gebruikte poets- en wrijflappen) in gemeentegebouwen niet steeds die voorzorgen genomen worden, welke met het oog op het voorkomen van brand noodzakelijk zijn.
In verband hiermede moge ik onder Uw aandacht brengen de Nadere Regels, door Burgemeester en Wethouders vastgesteld en afgekondigd ex art. 278 der Algemeene Politieverordening van Amsterdam (Gemeenteblad 1936, afd. 3, volgnummer 111). In art. 5 dezer Nadere Regels worden voorschriften gegeven o.m. met betrekking tot de in of op een perceel, of perceelsgedeelte, geen woning zijnde, voor niet huishoudelijk gebruik, toegelaten hoeveelheden brandbare vloeistoffen, alsmede met betrekking tot de toegelaten verpakking.
Voor toepassing van deze Nadere Regels op de in een gebouw aanwezige schoonmaakartikelen kunnen, met betrekking tot de aanwezige hoeveelheden en den aard der verpakking, vloerolie, was en terpentijn gelijkgesteld worden met petroleum.
Naar aanleiding van het bovenstaande verzoek ik U te bevorderen, dat in de bij Uw dienst (bedrijf) in gebruik zijnde gebouwen, met betrekking tot de hoeveelheid en den aard der verpakking der in een gebouw aanwezige schoonmaakartikelen, voldaan wordt aan de bepalingen der voornoemde Nadere Regels en dat met betrekking tot het opbergen dezer artikelen de navolgende regels in acht worden genomen:

1o. wrijfwas, vloerolie en terpentijn moeten zijn geborgen in brandvrij geconstrueerde ruimten, niet onder trappen gelegen;

2o. gebruikte poets- en/of wrijflappen moeten zijn geborgen in deugdelijk gesloten metalen bussen of metalen vaten;

3o. de sub 2o genoemde metalen bussen of metalen vaten moeten, indien daartoe de mogelijkheid bestaat, buitenshuis worden geborgen; indien deze mogelijkheid niet bestaat, moeten zij worden geborgen in ruimten, als omschreven sub 1o.

EL

De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening: W. de Vlugt]

Aan
Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven, Administratiën en
Instellingen der Gemeente.

[Handgeschreven tekst onderaan:]
De bij de T. d. in gebruik zijnde poetsdoeken worden in gesloten ijzeren kisten bewaard. [Initialen] * Doel van het document: Het document is een circulaire gericht aan alle afdelingshoofden van de gemeente Amsterdam. Het doel is het aanscherpen van de brandveiligheidsvoorschriften met betrekking tot brandbare schoonmaakmiddelen en (met olie doordrenkte) poetslappen.
* Kernvoorschriften:
1. Brandbare vloeistoffen moeten in brandvrije ruimtes worden opgeslagen (expliciet niet onder trappen vanwege vluchtwegveiligheid).
2. Gebruikte poetslappen moeten in metalen vaten; dit is cruciaal om broei (zelfontbranding) te voorkomen.
3. Opslag van deze vaten dient bij voorkeur buiten het gebouw plaats te vinden.
* Juridische basis: De brief verwijst naar artikel 278 van de Algemeene Politieverordening (APV) uit 1936.
* Administratieve context: De handgeschreven krabbel onderaan lijkt een reactie van een specifieke dienst (mogelijk de Technische Dienst, afgekort als 'T.d.') die bevestigt dat zij reeds voldoen aan de regels door ijzeren kisten te gebruiken. Dit schrijven dateert van november 1939. Hoewel de Tweede Wereldoorlog in Europa al was uitgebroken (september 1939), was Nederland op dit moment nog neutraal. Toch was de alertheid op brandveiligheid in openbare gebouwen groot. In deze periode werden veel schoonmaakmiddelen gebruikt op basis van terpentijn en olie, die bij onjuiste opslag in doeken gemakkelijk tot spontane ontbranding konden leiden.

De ondertekenaar is Willem de Vlugt, die van 1921 tot 1941 burgemeester van Amsterdam was. De brief is een voorbeeld van de ambtelijke structuur en de vroege regelgeving op het gebied van arbeidsveiligheid en brandpreventie binnen de gemeentelijke organisatie.

Samenvatting

  • Doel van het document: Het document is een circulaire gericht aan alle afdelingshoofden van de gemeente Amsterdam. Het doel is het aanscherpen van de brandveiligheidsvoorschriften met betrekking tot brandbare schoonmaakmiddelen en (met olie doordrenkte) poetslappen.
  • Kernvoorschriften:
    1. Brandbare vloeistoffen moeten in brandvrije ruimtes worden opgeslagen (expliciet niet onder trappen vanwege vluchtwegveiligheid).
    2. Gebruikte poetslappen moeten in metalen vaten; dit is cruciaal om broei (zelfontbranding) te voorkomen.
    3. Opslag van deze vaten dient bij voorkeur buiten het gebouw plaats te vinden.
  • Juridische basis: De brief verwijst naar artikel 278 van de Algemeene Politieverordening (APV) uit 1936.
  • Administratieve context: De handgeschreven krabbel onderaan lijkt een reactie van een specifieke dienst (mogelijk de Technische Dienst, afgekort als 'T.d.') die bevestigt dat zij reeds voldoen aan de regels door ijzeren kisten te gebruiken.

Historische Context

Dit schrijven dateert van november 1939. Hoewel de Tweede Wereldoorlog in Europa al was uitgebroken (september 1939), was Nederland op dit moment nog neutraal. Toch was de alertheid op brandveiligheid in openbare gebouwen groot. In deze periode werden veel schoonmaakmiddelen gebruikt op basis van terpentijn en olie, die bij onjuiste opslag in doeken gemakkelijk tot spontane ontbranding konden leiden.

De ondertekenaar is Willem de Vlugt, die van 1921 tot 1941 burgemeester van Amsterdam was. De brief is een voorbeeld van de ambtelijke structuur en de vroege regelgeving op het gebied van arbeidsveiligheid en brandpreventie binnen de gemeentelijke organisatie.

Gerelateerde Documenten 6