Archief 745
Inventaris 745-274
Pagina 107
Dossier 29
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief/advies (doorslag/minuut).

21 november 1939 (verzonden op 22 november 1939). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst in Amsterdam).

Origineel

Ambtelijke brief/advies (doorslag/minuut). 21 november 1939 (verzonden op 22 november 1939). De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of een gelieerde gemeentelijke dienst in Amsterdam). [In de rechterbovenhoek, handgeschreven:]
ter. Fr. de Raet. [?]

[In het midden boven:]
vP/HG.

[Linksboven:]
20/36/2 M.
1

[Handgeschreven over de bovenkant:]
Verzonden 22/11-'39

[Rechtsmidden:]
21 November 1939.

[Linksboven, onder het kenmerk:]
Aanvraag vergunning tot
vischbakken ten name van
I. de Groot.

[Rechtsmidden, onder de datum:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Inhoud brief:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 21 October jl. om advies ontvangen stuk no.110/27 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat adressant vergunning heeft om patates-frites te bakken op de markt Waterlooplein. Het aantal vergunningen tot het bakken van visch op markten behoort, in overeenstemming met de ten deze de laatste jaren gevolgde gedragslijn, naar mijn meening niet te worden uitgebreid. Een terzake door adressant in 1938 gedaan verzoek (No.23/25 L.M. 1938) werd door U van de hand gewezen. Ik geef U beleefd in overweging ook op dit herhaalde verzoek afwijzend te beschikken.

[Onderaan:]
De Directeur, In dit document adviseert de Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Marktverordening of een vergelijkbare instantie) de Wethouder voor de Levensmiddelen negatief over een vergunningsaanvraag. De aanvrager, I. de Groot, die al een vergunning heeft voor het bakken van patates-frites op de markt op het Waterlooplein, wenst ook vis te mogen bakken.

De Directeur voert twee hoofdredenen aan voor de afwijzing:
1. Beleidsconsistentie: Er wordt al jaren een "gedragslijn" (beleid) gevoerd om het aantal visbakvergunningen op markten niet uit te breiden.
2. Precedent: Een nagenoeg identieke aanvraag van dezelfde persoon in 1938 werd toen ook al door de wethouder afgewezen.

De toon is formeel-ambtelijk en adviseert de wethouder om de lijn van vorig jaar door te trekken en de aanvraag opnieuw af te wijzen. Dit document stamt uit november 1939, een periode van grote onzekerheid. Hoewel Nederland nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al begonnen. In Amsterdam was de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (op dat moment de sociaaldemocraat Florentinus Marinus Wibaut jr.) een cruciale figuur, zeker met het oog op de naderende schaarste en de noodzaak voor marktregulering.

De locatie, het Waterlooplein, was vanouds het hart van de Amsterdamse Joodse wijk en een centrale plek voor straathandel. Het feit dat de aanvrager reeds een vergunning had voor patates-frites (een product dat destijds sterk in opkomst was als 'fastfood' avant la lettre) maar geen uitbreiding kreeg naar vis, getuigt van een strikt contingentiebeleid van de gemeente. Men wilde verzadiging van de markt voorkomen en de openbare orde/hygiëne op de markten beheersbaar houden. Slechts enkele maanden later, na de Duitse inval in mei 1940, zou de dynamiek op de Amsterdamse markten — en in het bijzonder op het Waterlooplein — door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter drastisch en op tragische wijze veranderen.

Samenvatting

In dit document adviseert de Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Marktverordening of een vergelijkbare instantie) de Wethouder voor de Levensmiddelen negatief over een vergunningsaanvraag. De aanvrager, I. de Groot, die al een vergunning heeft voor het bakken van patates-frites op de markt op het Waterlooplein, wenst ook vis te mogen bakken.

De Directeur voert twee hoofdredenen aan voor de afwijzing:
1. Beleidsconsistentie: Er wordt al jaren een "gedragslijn" (beleid) gevoerd om het aantal visbakvergunningen op markten niet uit te breiden.
2. Precedent: Een nagenoeg identieke aanvraag van dezelfde persoon in 1938 werd toen ook al door de wethouder afgewezen.

De toon is formeel-ambtelijk en adviseert de wethouder om de lijn van vorig jaar door te trekken en de aanvraag opnieuw af te wijzen.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1939, een periode van grote onzekerheid. Hoewel Nederland nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog in de omringende landen al begonnen. In Amsterdam was de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (op dat moment de sociaaldemocraat Florentinus Marinus Wibaut jr.) een cruciale figuur, zeker met het oog op de naderende schaarste en de noodzaak voor marktregulering.

De locatie, het Waterlooplein, was vanouds het hart van de Amsterdamse Joodse wijk en een centrale plek voor straathandel. Het feit dat de aanvrager reeds een vergunning had voor patates-frites (een product dat destijds sterk in opkomst was als 'fastfood' avant la lettre) maar geen uitbreiding kreeg naar vis, getuigt van een strikt contingentiebeleid van de gemeente. Men wilde verzadiging van de markt voorkomen en de openbare orde/hygiëne op de markten beheersbaar houden. Slechts enkele maanden later, na de Duitse inval in mei 1940, zou de dynamiek op de Amsterdamse markten — en in het bijzonder op het Waterlooplein — door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter drastisch en op tragische wijze veranderen.

Gerelateerde Documenten 6