Ambtelijke brief / Adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief / Adviesnota. 21 november 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde Amsterdamse gemeentedienst). [Handgeschreven rechtsboven:] ter. h. de Boer. (onzeker)
[Handgeschreven middenboven:] extra
VP/HG.
20/36/2 M.
1
21 November 1939.
Aanvraag vergunning tot
vischbakken ten name van
I.de Groot.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 21 October jl. om advies ontvangen stuk no.110/27 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat adressant vergunning heeft om patates-frites te bakken op de markt Waterlooplein. Het aantal vergunningen tot het bakken van visch op markten behoort, in overeenstemming met de ten deze de laatste jaren gevolgde gedragslijn, naar mijn meening niet te worden uitgebreid. Een terzake door adressant in 1938 gedaan verzoek (No.23/25 L.M. 1938) werd door U van de hand gewezen. Ik geef U beleefd in overweging ook op dit herhaalde verzoek afwijzend te beschikken.
De Directeur, * Inhoud: De directeur adviseert de wethouder negatief over de aanvraag van I. de Groot voor een visbakvergunning. De aanvrager heeft reeds een vergunning voor het bakken van patates-frites op het Waterlooplein.
* Argumentatie: De afwijzing is gebaseerd op een bestendig beleid ("gedragslijn") om het aantal visbakvergunningen op markten niet verder uit te breiden. Daarnaast wordt verwezen naar een eerdere afwijzing van een identiek verzoek in 1938.
* Toon: Formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "geef U beleefd in overweging").
* Terminologie: Gebruik van verouderde spelling zoals "vischbakken" en "kantbrief" (een brief in de kantlijn van een ander document of een begeleidend schrijven). * Historische periode: November 1939. Nederland is op dit moment nog neutraal in de Tweede Wereldoorlog, die in september in de rest van Europa is uitgebroken. Het dagelijks bestuur en de bureaucratie in Amsterdam functioneren nog volgens de normale vooroorlogse procedures.
* Locatie: Het Waterlooplein was van oudsher een centrale plek voor de Amsterdamse markthandel, gelegen in de Joodse buurt. Gezien de naam "I. de Groot" en de locatie, is het zeer aannemelijk dat de aanvrager een Joodse ondernemer was.
* Betekenis: Dit document illustreert de strenge regulering van de markthandel in Amsterdam. Hoewel de afwijzing hier puur beleidstechnisch lijkt (geen uitbreiding van het aantal standplaatsen), zouden dergelijke administratieve weigeringen in de jaren direct hierna (1940-1941) een meer sinister karakter krijgen door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, waarbij Joodse handelaren systematisch van de markten werden geweerd. In 1939 is daar in deze specifieke brief echter nog geen sprake van; er wordt expliciet verwezen naar een gedragslijn van "de laatste jaren".