Archief 745
Inventaris 745-274
Pagina 228
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt afschrift van een brief ("AFSCHRIFT").

28 januari 1939. Van: K. v. Duyvenbode, wonende aan de Baarsjesweg 167 (West), Amsterdam.

Origineel

Getypt afschrift van een brief ("AFSCHRIFT"). 28 januari 1939. K. v. Duyvenbode, wonende aan de Baarsjesweg 167 (West), Amsterdam. No.21/11/1 M.1939 13/3.
No.241 L.M.1939 13/3.
AFSCHRIFT.-
-------------------------------------------------------------------------------
Amsterdam, 28 Januari 1939

                  Aan Burgemeester en Wethouders
                          van Amsterdam,

Edelachtbare Heeren,
Ondergeteekende K.v.Duyvenbode, wonende Baarsjesweg No.167
(West) eigenaar van de perceelen gelegen Baarsjesweg 164-165-166-167, ~~Chx~~
Chasséstraat ~~No.22~~ No.2 enz. Verzoekt met dezen het verhuren voor ge-
meente woningen gelegen Chasséstraat No.27 huis en Baarsjesweg No.170
huis voor het doel om er een brandstoffenhandel en tevens voor verkoop
voor brandstoffen ter plaatsen te verhinderen. Omrede dat de woningen
toch niet bedoeld zyn als winkelhuizen. Of dekschuiten voor plaatselyk
verkoop voor brandstoffen een blyvende ligplaats te geven tusschen
van Spykstraat en perceel Baarsjesweg No.157 in de Kostverlorenvaart aan
de kant van de Baarsjesweg (West) (momenteel liggen er zeven dekschuiten
voor dat doel). Aangezien het verhuren van woningen in bedoelde buurt
door die toestand benadeeld wordt.

                                          Hoogachtend U.d.dr.
                                      get. K.v.Duyvenbode
                                           Baarsjesweg 167
                                           Amsterdam (West).
                        Voor eensluidend afschrift,
                        De Secretaris van Amsterdam,
                            get.Van Lier. In deze brief uit 1939 uit de heer K. v. Duyvenbode zijn zorgen over de verloedering van de woonomgeving in Amsterdam-West. Als eigenaar van diverse panden aan de Baarsjesweg en de Chasséstraat vreest hij voor waardevermindering en verminderde verhuurbaarheid van zijn woningen. De kern van zijn bezwaar is tweeledig:
  1. Bestemmingswijziging: Hij verzet zich tegen het gebruik van gemeentewoningen (Chasséstraat 27 en Baarsjesweg 170) als winkelpand voor brandstoffenhandel (waarschijnlijk kolen of olie). Hij stelt dat deze woningen hier niet voor bedoeld zijn.
  2. Overlast door dekschuiten: Hij signaleert dat er momenteel zeven dekschuiten in de Kostverlorenvaart liggen voor de verkoop van brandstoffen. Hij verzoekt de gemeente om deze een vaste, afgebakende ligplaats te geven (tussen de Van Spijkstraat en Baarsjesweg 157) om de overlast voor de omliggende woningen te beperken.

De brief is formeel van toon ("Edelachtbare Heeren", "U.d.dr." - Uw dienstwillige dienaar) en bevat enkele typefouten die in het origineel zijn doorgehaald met 'x'-jes, wat gebruikelijk was op schrijfmachines uit die tijd. De brief dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de brandstoffenvoorziening (voornamelijk kolen voor de kachels) essentieel. De distributie hiervan gebeurde in Amsterdam veelal via het water. Dekschuiten fungeerden als drijvende opslag- en verkooppunten.

De Baarsjesweg en de omliggende buurt (de Admiralenbuurt/Postjesbuurt) waren relatief nieuwe stadsuitbreidingen. Er bestond een voortdurende spanning tussen de opkomende woonfunctie van de buurt en de industriële/logistieke activiteiten langs de Kostverlorenvaart, een belangrijke scheepvaartverbinding. De klacht van Van Duyvenbode illustreert de vroege vormen van bestemmingsplanproblematiek: de strijd voor het behoud van een representatief woonmilieu tegenover de hinder van "vuile" nering zoals de kolenhandel. Het document is een "afschrift", wat betekent dat het een officiële kopie is voor het gemeentearchief, getekend door de toenmalige gemeentesecretaris Van Lier.

Samenvatting

In deze brief uit 1939 uit de heer K. v. Duyvenbode zijn zorgen over de verloedering van de woonomgeving in Amsterdam-West. Als eigenaar van diverse panden aan de Baarsjesweg en de Chasséstraat vreest hij voor waardevermindering en verminderde verhuurbaarheid van zijn woningen. De kern van zijn bezwaar is tweeledig:

  1. Bestemmingswijziging: Hij verzet zich tegen het gebruik van gemeentewoningen (Chasséstraat 27 en Baarsjesweg 170) als winkelpand voor brandstoffenhandel (waarschijnlijk kolen of olie). Hij stelt dat deze woningen hier niet voor bedoeld zijn.
  2. Overlast door dekschuiten: Hij signaleert dat er momenteel zeven dekschuiten in de Kostverlorenvaart liggen voor de verkoop van brandstoffen. Hij verzoekt de gemeente om deze een vaste, afgebakende ligplaats te geven (tussen de Van Spijkstraat en Baarsjesweg 157) om de overlast voor de omliggende woningen te beperken.

De brief is formeel van toon ("Edelachtbare Heeren", "U.d.dr." - Uw dienstwillige dienaar) en bevat enkele typefouten die in het origineel zijn doorgehaald met 'x'-jes, wat gebruikelijk was op schrijfmachines uit die tijd.

Historische Context

De brief dateert van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de brandstoffenvoorziening (voornamelijk kolen voor de kachels) essentieel. De distributie hiervan gebeurde in Amsterdam veelal via het water. Dekschuiten fungeerden als drijvende opslag- en verkooppunten.

De Baarsjesweg en de omliggende buurt (de Admiralenbuurt/Postjesbuurt) waren relatief nieuwe stadsuitbreidingen. Er bestond een voortdurende spanning tussen de opkomende woonfunctie van de buurt en de industriële/logistieke activiteiten langs de Kostverlorenvaart, een belangrijke scheepvaartverbinding. De klacht van Van Duyvenbode illustreert de vroege vormen van bestemmingsplanproblematiek: de strijd voor het behoud van een representatief woonmilieu tegenover de hinder van "vuile" nering zoals de kolenhandel. Het document is een "afschrift", wat betekent dat het een officiële kopie is voor het gemeentearchief, getekend door de toenmalige gemeentesecretaris Van Lier.

Locaties

Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6