Archief 745
Inventaris 745-274
Pagina 266
Dossier 21
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke brief/correspondentie.

17 april 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen).

Origineel

Ambtelijke brief/correspondentie. 17 april 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). 21/14/2 M.
D/G.
extra

                                                      17 April 1939.

Kwytschelding marktgeld
brandstoffenmarkten ten
name van P.v.d.Velde.

                                    den Heer Wethouder
                                         voor de Levensmiddelen,
                                         <u>A l h i e r</u>.


                Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat P.v.d.

Velde, Nieuwendammerdyk 149, die met brandstoffenvaartuig
no.4369, metende 28 ton, voor het kalenderjaar 1939 een
plaats heeft ingenomen aan de brandstoffenmarkt Nieuwendam-
merdyk, my heeft meegedeeld, dat hy dit vaartuig met ingang
van 9 April jl. heeft verkocht, weshalve het niet meer aan
de markt komt. Van der Velde heeft van het terzake verschul-
digde marktgeld ten bedrage van ƒ 28,- den eersten kwar-
taal-termyn ten bedrage van ƒ 7,- betaald. Indien hy voor
dit vaartuig het tarief per kalendermaand en kalenderweek
had gekozen, zou hy gedurende de periode van 1 Januari tot
8 April jl. een bedrag van ƒ 9,10 zyn schuldig geweest. Het
lykt my billyk, dat hem, hetgeen hy boven dit bedrag schul-
dig is, zynde ƒ 28,- - ƒ 9,10 = ƒ 18,90 wordt kwytgescholden.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorde-
ren, dat door Burgemeester en Wethouders ingevolge artikel
10 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats-
en ventgelden tot deze kwytschelding wordt besloten.

                                                De Directeur, *   **Kern van de zaak:** P.v.d. Velde, een brandstoffenhandelaar gevestigd aan de Nieuwendammerdijk 149 te Amsterdam, had een vaste ligplaats voor zijn vaartuig (no. 4369) voor het gehele jaar 1939. Omdat hij zijn schip op 9 april 1939 verkocht, vraagt de directeur om een billijke verrekening van de verschuldigde belastingen.
  • Financiële berekening:
    • Het jaarlijkse marktgeld bedroeg ƒ 28,00.
    • De handelaar had het eerste kwartaal (ƒ 7,00) reeds voldaan.
    • De directeur berekent dat bij een maand- of weektarief de kosten voor de werkelijke periode (1 jan - 8 april) ƒ 9,10 zouden zijn.
    • Er wordt verzocht om kwijtschelding van het resterende bedrag van het jaarcontract: ƒ 28,00 - ƒ 9,10 = ƒ 18,90.
  • Juridische grondslag: Het verzoek baseert zich op artikel 10 van de toenmalige "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden".
  • Taalgebruik: Het document hanteert de voor die tijd gebruikelijke spelling (zoals "kwytschelding", "billyk", "zynde") en een zeer formele, ambtelijke toon ("heb ik de eer U te berichten"). Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het geeft een inkijkje in de minutieuze administratieve afhandeling van lokale belastingen en de werking van de Amsterdamse brandstoffenmarkt. Destijds was de distributie van brandstoffen (zoals kolen) via het water naar wijken als Nieuwendam essentieel voor de energievoorziening van de stad. De brief illustreert hoe de gemeente Amsterdam omging met individuele gevallen waarbij de strikte jaarcontracten botsten met de praktijk van bedrijfsbeëindiging of verkoop van materieel. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd ook verantwoordelijk voor de marktwezen-portefeuille.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: P.v.d. Velde, een brandstoffenhandelaar gevestigd aan de Nieuwendammerdijk 149 te Amsterdam, had een vaste ligplaats voor zijn vaartuig (no. 4369) voor het gehele jaar 1939. Omdat hij zijn schip op 9 april 1939 verkocht, vraagt de directeur om een billijke verrekening van de verschuldigde belastingen.
  • Financiële berekening:
    • Het jaarlijkse marktgeld bedroeg ƒ 28,00.
    • De handelaar had het eerste kwartaal (ƒ 7,00) reeds voldaan.
    • De directeur berekent dat bij een maand- of weektarief de kosten voor de werkelijke periode (1 jan - 8 april) ƒ 9,10 zouden zijn.
    • Er wordt verzocht om kwijtschelding van het resterende bedrag van het jaarcontract: ƒ 28,00 - ƒ 9,10 = ƒ 18,90.
  • Juridische grondslag: Het verzoek baseert zich op artikel 10 van de toenmalige "Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden".
  • Taalgebruik: Het document hanteert de voor die tijd gebruikelijke spelling (zoals "kwytschelding", "billyk", "zynde") en een zeer formele, ambtelijke toon ("heb ik de eer U te berichten").

Historische Context

Dit document stamt uit de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het geeft een inkijkje in de minutieuze administratieve afhandeling van lokale belastingen en de werking van de Amsterdamse brandstoffenmarkt. Destijds was de distributie van brandstoffen (zoals kolen) via het water naar wijken als Nieuwendam essentieel voor de energievoorziening van de stad. De brief illustreert hoe de gemeente Amsterdam omging met individuele gevallen waarbij de strikte jaarcontracten botsten met de praktijk van bedrijfsbeëindiging of verkoop van materieel. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd ook verantwoordelijk voor de marktwezen-portefeuille.

Gerelateerde Documenten 6