Archief 745
Inventaris 745-274
Pagina 79
Dossier 2C
Jaar 1939
Stadsarchief

Brief (handgeschreven klachtbrief).

Origineel

Brief (handgeschreven klachtbrief). En hij mest verkoopt van fabriek
van aalsmeer
En die mest komt van de fabriek
van Haarlem Honam
En hij heeft look verkoopt onder een
ander plant naam en hij zegt er nog bij
dat het een geneesenlijken plant is
En hij zoo veel ander Bloembollen
verkocht hief op den ettach vanden
zomer. allennaal onder verkeerde name
En hij perschen boome verkocht
dat gouden regen boome waren
Is daar dan geen Controle op of wel
Want als U een oproep doet in de
Couranten dan krijg U klachte
van de menschen over hem dat erg is
En hij geeft adres bonneyes uit
G Willigen Kweeker Aalsmeer
Dat kan ik U aantoonen
Verder beleefd groette
inoverve en inafwachting
C . J Pouw
Moes en aardhandel
Govert flinckstraat 81 - I
Zuid Amsterdam De brief is een verontwaardigde melding van handelsfraude. De schrijver, C.J. Pouw, doet verslag van de praktijken van een persoon (waarschijnlijk een concurrent of een ambulante handelaar) die op diverse fronten klanten misleidt:

  1. Mestfraude: Er wordt mest verkocht onder de naam van een fabriek uit Aalsmeer, terwijl het afkomstig zou zijn van de "Honam" fabriek in Haarlem (waarschijnlijk een inferieur product of simpelweg een valse herkomstbenaming).
  2. Plantenfraude: Look (uien/bollen) wordt verkocht onder een valse naam als zijnde een "geneeskrachtige plant".
  3. Bollenfraude: Bloembollen worden verkocht onder onjuiste soortnamen.
  4. Bomenfraude: Perzikbomen (vruchtdragend) blijken na aankoop goudenregen (giftige sierstruik) te zijn.
  5. Identiteitsfraude: De dader gebruikt valse visitekaartjes of kwitanties ("bonneyes") op naam van "G. Willigen, Kweeker uit Aalsmeer".

De tekst bevat veel taalfouten en fonetische spelling (bijv. "perschen boome" voor perzikbomen, "bonneyes" voor bonnetjes, "hief" voor heeft). Dit duidt op een schrijver die werkzaam is in de praktijk van de handel en mogelijk minder formeel onderwijs heeft genoten. De brief verwijst naar de Honam (Hollandsche Naaml. Mij. van Kunstmeststoffen), een bekende kunstmestfabriek in Schoten bij Haarlem die actief was in de vroege 20e eeuw. In deze periode was er nog weinig wettelijke regulering op de verkoop van zaden en planten, waardoor dergelijke vormen van oplichting voorkwamen. Kopers kwamen er vaak pas maanden later achter dat een boom of bol niet was wat ze hadden gekocht.

De afzender woont in de Govert Flinckstraat in de Amsterdamse Pijp, een wijk die destijds bekend stond om zijn vele marktkooplui en kleinschalige handelaren. De brief is waarschijnlijk gericht aan een overheidsinstantie, een marktmeester of een handelsvereniging die toezicht hield op eerlijke handel.

Samenvatting

De brief is een verontwaardigde melding van handelsfraude. De schrijver, C.J. Pouw, doet verslag van de praktijken van een persoon (waarschijnlijk een concurrent of een ambulante handelaar) die op diverse fronten klanten misleidt:

  1. Mestfraude: Er wordt mest verkocht onder de naam van een fabriek uit Aalsmeer, terwijl het afkomstig zou zijn van de "Honam" fabriek in Haarlem (waarschijnlijk een inferieur product of simpelweg een valse herkomstbenaming).
  2. Plantenfraude: Look (uien/bollen) wordt verkocht onder een valse naam als zijnde een "geneeskrachtige plant".
  3. Bollenfraude: Bloembollen worden verkocht onder onjuiste soortnamen.
  4. Bomenfraude: Perzikbomen (vruchtdragend) blijken na aankoop goudenregen (giftige sierstruik) te zijn.
  5. Identiteitsfraude: De dader gebruikt valse visitekaartjes of kwitanties ("bonneyes") op naam van "G. Willigen, Kweeker uit Aalsmeer".

De tekst bevat veel taalfouten en fonetische spelling (bijv. "perschen boome" voor perzikbomen, "bonneyes" voor bonnetjes, "hief" voor heeft). Dit duidt op een schrijver die werkzaam is in de praktijk van de handel en mogelijk minder formeel onderwijs heeft genoten.

Historische Context

De brief verwijst naar de Honam (Hollandsche Naaml. Mij. van Kunstmeststoffen), een bekende kunstmestfabriek in Schoten bij Haarlem die actief was in de vroege 20e eeuw. In deze periode was er nog weinig wettelijke regulering op de verkoop van zaden en planten, waardoor dergelijke vormen van oplichting voorkwamen. Kopers kwamen er vaak pas maanden later achter dat een boom of bol niet was wat ze hadden gekocht.

De afzender woont in de Govert Flinckstraat in de Amsterdamse Pijp, een wijk die destijds bekend stond om zijn vele marktkooplui en kleinschalige handelaren. De brief is waarschijnlijk gericht aan een overheidsinstantie, een marktmeester of een handelsvereniging die toezicht hield op eerlijke handel.

Gerelateerde Documenten 6