Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 31 oktober 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer J. Onrust, Zuideinde A 283, Oostzaan. [Handgeschreven, rechtsboven:] 200. M. de Boer.
HG.
25/203/4 M. [Handgeschreven:] Verzonden 1/11-39
31 October 1939.
den Heer J. Onrust,
Zuideinde A 283,
O o s t z a a n .
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 21 October jl.
op de markt Albert Cuypstraat heeft laten assisteeren, terwijl
U dezerzijds daartoe geen toestemming is verleend. Ik waar-
schuw U hierbij, dit voortaan na te laten. Op dien zelfden
dag heeft U Uw plaats in verontreinigden toestand achterge-
laten. Krachtens artikel 23 van het Reglement op de Markten
is U verplicht er zorg voor te dragen, dat Uw plaats volkomen
rein is. Ik maan U aan zich voortaan stipt overeenkomstig dit
voorschrift te gedragen.
De Directeur, Deze brief is een officiële berisping gericht aan een marktkraamhouder (J. Onrust) uit Oostzaan. De directeur van het marktwezen wijst de ontvanger op twee specifieke overtredingen die plaatsvonden op de Albert Cuypmarkt op 21 oktober 1939:
1. Onbevoegde assistentie: De koopman heeft zich laten helpen door iemand zonder dat daarvoor de vereiste officiële toestemming was verleend.
2. Vervuiling: De staanplaats is na afloop van de marktdag niet schoon achtergelaten.
De toon van de brief is formeel en dwingend ("Ik waarschuw U", "Ik maan U aan"). Er wordt expliciet verwezen naar Artikel 23 van het Reglement op de Markten om de juridische basis van de berisping te onderbouwen. De handgeschreven aantekening "Verzonden 1/11-39" bevestigt dat de brief één dag na datering is verstuurd. Het document dateert van kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (september 1939), hoewel Nederland op dit moment nog neutraal was en de mobilisatie gaande was. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het marktwezen was destijds streng gereguleerd om de orde, hygiëne en eerlijke concurrentie te waarborgen.
Marktkooplieden uit omliggende gemeenten zoals Oostzaan reisden dagelijks naar Amsterdam. Regels over wie er in een kraam mocht staan (vaak alleen de vergunninghouder of geregistreerde helpers) waren streng om illegale onderverhuur of onvergunde arbeid tegen te gaan. De nadruk op een "volkomen reine" plaats wijst op het belang dat de gemeente hechtte aan de volksgezondheid en het straatbeeld in de dichtbevolkte Pijp-buurt. J. Onrust M. de Boer Marktwezen