Officiële correspondentie / Brief.
Origineel
Officiële correspondentie / Brief. 29 april 1939. Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel linksboven:]
№ 46 A/3/13 M. 1339 5/4
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
TELEFOON 720080*
INTERCOMMUNAAL XX 1
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
GIROREKENING 245271
AFD. I
BETREFFENDE invoer visch uit Noorwegen
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN [leeg]
No. [leeg]
BIJ ANTWOORD VERMELDEN:
No. 1918
BIJLAGEN [leeg] STUKS, T.W.: [leeg]
Den Heer Directeur van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM-W.
'S-GRAVENHAGE, 29 April 1939.
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3-4
[Handgeschreven notitie in de marge, deels onleesbaar administratief korterecht:]
u.i. [..] delb
R'dam
Hiermede bericht ik U, dat aan H. Wijnschenk, Biesboschstraat 54 te Amsterdam-Z, heden vergunning is verleend om 800 kg versche zeevisch uit Noorwegen in te voeren op voorwaarde, dat deze visch wordt verkocht over den Gemeentelijken Vischafslag te Amsterdam.
Ik moge U verzoeken te zijner tijd aan de Nederlandsche Visscherijcentrale een opgave te zenden van de hoeveelheid en de totale waarde van de zeevisch, door genoemde firma Wijnschenk over Uwen afslag verkocht.
DE DIRECTEUR,
b/a van dezen,
[Handtekening: Vinkenkamp]
AV/HE
17526 - '38
[Rechtsonder handgeschreven paginanummer:] 46
--- Dit document is een officiële kennisgeving van de Nederlandsche Visscherijcentrale aan de directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de brief is de toekenning van een importvergunning aan een private handelaar, H. Wijnschenk, voor de invoer van 800 kg verse zeevis uit Noorwegen.
Aan deze vergunning is een strikte voorwaarde verbonden: de vis mag niet direct aan de handel of consument worden geleverd, maar moet verplicht worden verhandeld via de Gemeentelijke Vischafslag in Amsterdam. Dit duidt op een strakke centrale regulering van de vismarkt in die tijd.
Tevens bevat de brief een informatieverzoek (rapportageverplichting): de directeur van het Marktwezen moet achteraf rapporteren aan de Visscherijcentrale over de daadwerkelijk verhandelde hoeveelheden en de opbrengst (totale waarde). Dit diende waarschijnlijk voor statistische doeleinden en om de naleving van de vergunningsvoorwaarden te controleren.
--- De brief dateert van april 1939, een periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog waarin de Nederlandse overheid de economie steeds sterker reguleerde via crisisorganisaties.
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) werd in 1934 opgericht in het kader van de Landbouwcrisiswet. Het doel van de NVC was om de visserijsector te ondersteunen tijdens de economische depressie door middel van marktordening, prijsbeheersing en het reguleren van in- en uitvoer via contingenten en vergunningen.
De ontvanger, de Directeur van het Marktwezen, was gevestigd aan de Jan van Galenstraat, waar zich de Centrale Markthallen bevonden. Dit was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. De verplichting om via de gemeentelijke afslag te verkopen was een instrument van de overheid om grip te houden op de voedselstromen, kwaliteitscontrole uit te voeren en prijsvorming transparant te houden in een onstabiele internationale markt.