Archief 745
Inventaris 745-289
Pagina 4
Dossier 11
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

16 januari 1939. Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

16 januari 1939. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). (Handgeschreven rechtsboven:)
M. Muller
M. de Lean

VP/HG.

39/8/1 M.
1

(Handgeschreven diagonaal door het midden:)
Verzonden 18/1

16 Januari 1939.

Ventverbod Weesperstraat.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Gevolg gevende aan de opdracht vervat in Uw missive d.d. 18 November jl. (No.197 L.M.1938) heb ik de eer U te berichten, dat ik overleg heb gepleegd met de Politie, teneinde, wanneer in de Weesperstraat een ventverbod wordt ingevoerd, aldaar meer standplaatsvergunningen te verleenen.
Als resultaat van dit overleg diene, dat, wanneer in de Weesperstraat een ventverbod wordt ingevoerd, ook de Politie zich met een belangrijke uitbreiding van het aantal standplaatsvergunningen nabij de Weesperstraat kan vereenigen, waardoor de meeste venters, die thans in deze straat plegen te komen, wanneer zij dit wenschen, kunnen worden geholpen. Bij een, uiteraard zeer voorloopige, opstelling, die met de Politie werd ontworpen, teneinde een aannemelijke plaatsing der venters op standplaatsen te verkrijgen, is ervan uitgegaan, dat in dit bijzondere geval noch met sollicitantenlijsten voor speciale punten, noch met concurrentiebezwaren van winkeliers, noch met verkeersbezwaren, in belangrijke mate rekening kan worden gehouden. Gestreefd is naar een opstelling, waarbij zoo veel mogelijk alle belangen tegen elkaar zijn afgewogen; ten aanzien van de winkeliers geldt in dit verband, dat de venters ook thans in de omgeving van hun zaken en zelfs voor hun deur plegen te handelen; uitgifte van standplaatsen beteekent in dit geval dan ook geen bijzondere vergrooting der concurrentie-moeilijkheden. * Inhoud: De brief is een voortgangsrapportage aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over het voorgenomen verbod op straathandel (ventverbod) in de Amsterdamse Weesperstraat. De schrijver meldt dat er overleg is geweest met de politie om ter compensatie meer vaste standplaatsvergunningen in de directe nabijheid uit te geven.
* Belangenafweging: Het document toont een ambtelijke poging om verschillende belangen te verenigen: de wens van de stad om het venten in een drukke straat te beperken (waarschijnlijk vanwege verkeersdoorstroming of "ordening"), de behoefte van de venters om hun brood te verdienen, en de mogelijke bezwaren van gevestigde winkeliers tegen concurrentie op hun stoep.
* Bijzonderheden: Opvallend is dat de opsteller adviseert om in dit "bijzondere geval" de gebruikelijke bureaucratische procedures (zoals wachtlijsten voor standplaatsen) en bezwaren van winkeliers grotendeels terzijde te schuiven om tot een snelle oplossing te komen. Men stelt nuchter vast dat winkeliers nu ook al "last" hebben van venters voor hun deur, dus dat vaste standplaatsen de situatie voor hen niet wezenlijk verslechteren. * Historische Locatie: De Weesperstraat was in 1939 een centrale ader in de Joodse buurt van Amsterdam. Straathandel was hier een essentieel onderdeel van het dagelijks leven en de lokale economie.
* Tijdsgeest: De brief dateert van januari 1939, een half jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De bemoeienis van de overheid met de regulering van markten en straathandel nam in deze periode toe, vaak onder het mom van modernisering en verkeersbeheersing.
* Administratief: De handgeschreven namen "Muller" en "De Leon" duiden waarschijnlijk op de behandelend ambtenaren of griffiers. De aantekening "Verzonden 18/1" bevestigt dat de correspondentie daadwerkelijk is uitgegaan twee dagen na de datering. De geadresseerde "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die periode een cruciale post in de Amsterdamse gemeentepolitiek, verantwoordelijk voor de distributie en marktwezen.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een voortgangsrapportage aan de Wethouder voor de Levensmiddelen over het voorgenomen verbod op straathandel (ventverbod) in de Amsterdamse Weesperstraat. De schrijver meldt dat er overleg is geweest met de politie om ter compensatie meer vaste standplaatsvergunningen in de directe nabijheid uit te geven.
  • Belangenafweging: Het document toont een ambtelijke poging om verschillende belangen te verenigen: de wens van de stad om het venten in een drukke straat te beperken (waarschijnlijk vanwege verkeersdoorstroming of "ordening"), de behoefte van de venters om hun brood te verdienen, en de mogelijke bezwaren van gevestigde winkeliers tegen concurrentie op hun stoep.
  • Bijzonderheden: Opvallend is dat de opsteller adviseert om in dit "bijzondere geval" de gebruikelijke bureaucratische procedures (zoals wachtlijsten voor standplaatsen) en bezwaren van winkeliers grotendeels terzijde te schuiven om tot een snelle oplossing te komen. Men stelt nuchter vast dat winkeliers nu ook al "last" hebben van venters voor hun deur, dus dat vaste standplaatsen de situatie voor hen niet wezenlijk verslechteren.

Historische Context

  • Historische Locatie: De Weesperstraat was in 1939 een centrale ader in de Joodse buurt van Amsterdam. Straathandel was hier een essentieel onderdeel van het dagelijks leven en de lokale economie.
  • Tijdsgeest: De brief dateert van januari 1939, een half jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De bemoeienis van de overheid met de regulering van markten en straathandel nam in deze periode toe, vaak onder het mom van modernisering en verkeersbeheersing.
  • Administratief: De handgeschreven namen "Muller" en "De Leon" duiden waarschijnlijk op de behandelend ambtenaren of griffiers. De aantekening "Verzonden 18/1" bevestigt dat de correspondentie daadwerkelijk is uitgegaan twee dagen na de datering. De geadresseerde "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die periode een cruciale post in de Amsterdamse gemeentepolitiek, verantwoordelijk voor de distributie en marktwezen.

Gerelateerde Documenten 6