Officiële brief op briefpapier van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële brief op briefpapier van de Gemeente Amsterdam. 26 mei 1939. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen. Den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. GEMEENTE AMSTERDAM
Nº 39/56/3M. 1339 30/5
AFD. L.M.
No. 227 -1939-
BIJLAGEN
AMSTERDAM, 26 Mei 1939.
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN.
(Handgeschreven, diagonaal:) ni. Dir.
In antwoord op Uw schrijven d.d. 16 Mei j.l., No.39/56/2 M deel ik U mede mij met de voorgestelde vragenlijst te kunnen vereenigen. Wel zou ik het wenschelijk vinden vraag 16 in zooverre te verduidelijken, dat o.m. positief wordt gevraagd van hoe laat tot hoe laat de standplaats geregeld wordt bezet, terwijl het ook aanbeveling verdient deze vraag terstond op vraag 5 te laten volgen. Ook acht ik het wenschelijk dat een vraag wordt gesteld of de standplaatshouder geregeld in een bepaalden tijd van het jaar in steun is en hoe lang.
vM
Jy
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
(Handgeschreven paraaf:) f
(Handtekening)
Aan den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.
Model G.A. 6
25.000–1–'39
(Rechtsonder handgeschreven paginanummer:) 39 Deze brief is een voorbeeld van formele correspondentie binnen het Amsterdamse gemeentebestuur aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Wethouder reageert op een voorstel voor een vragenlijst die bedoeld is voor standplaatshouders op de markt.
De wethouder gaat in principe akkoord, maar doet drie specifieke suggesties voor verbetering:
1. Verduidelijking van bezetting: Hij wil dat er expliciet gevraagd wordt naar de exacte tijden waarop een standplaats bezet wordt.
2. Herstructurering: Hij stelt voor om deze vraag (vraag 16) direct na vraag 5 te plaatsen, wat duidt op een logischer opbouw van de vragenlijst.
3. Sociaal-economische controle: De meest opvallende toevoeging is de vraag of de standplaatshouder in een bepaalde periode van het jaar "in steun is" (een uitkering ontvangt) en voor hoe lang. Dit toont aan dat de gemeente nauwkeurig wilde bijhouden in hoeverre marktkooplieden financieel zelfstandig waren of afhankelijk van overheidssteun, mogelijk in verband met seizoensgebonden werkloosheid.
De spelling (zoals "zooverre", "wenschelijk", "Wasch-") is conform de toen geldende spelling-Marchant. In 1939 bevond Nederland zich nog in de nasleep van de economische crisis van de jaren '30. De term "in de steun" verwijst naar de werklozenzorg, die in die tijd sober en streng gecontroleerd was. De Dienst van het Marktwezen hield toezicht op de Amsterdamse markten, die een cruciale rol speelden in de voedselvoorziening en de lokale economie.
De portefeuille van de betreffende wethouder combineert levensmiddelen met openbare hygiëne (wasinrichtingen en badhuizen). Dit was in die tijd een logische combinatie binnen het sociaal-economische en volksgezondheidsbeleid van de stad. De brief illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee de gemeente informatie verzamelde over haar burgers en ondernemers om beleid te kunnen voeren of controles uit te voeren.