Blanco enquêteformulier / bijlage bij een ambtelijke brief.
Origineel
Blanco enquêteformulier / bijlage bij een ambtelijke brief. 16 mei 1939. Directeur van het Marktwezen. Wethouder voor de Levensmiddelen. Behoort bij brief no.39/56/2 M. d.d. 16 Mei 1939 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen, alhier.
No.
ENQUETE STANDPLAATSHOUDERS.
Datum van opneming:
1. Naam vergunninghouder:
2. Geboortedatum:
3. Adres:
4. Artikel(en):
5. Dagen en uren, dat krachtens vergunning gebruik van standplaats mag worden gemaakt:
6. Standplaatsvergunning verleend op:
7. Standplaats is volgens vergunning gelegen:
8. In werkelijkheid wordt echter de standplaats ingenomen; (nadere plaatsaanduiding)
9. Volgens vergunning standplaats voor: (invullen: mand, kar, bakfiets etc.)
10. In werkelijkheid wordt uitgestald met:
11. Nauwkeurige omschrijving van het materiaal in gebruik op de standplaats: (invullen bv. kar met glazen opstand, waarvan ruitjes schuivend zijn of openslaand; haringkar met etalages en vitrines etc.; zeilen (achter- en zij-), houten schotten enz.
12. Welke soort verlichting wordt gebruikt en hoeveel lampen?
13. Is voor hetgeen in vraag 12 is omschreven, vergunning van Burgemeester en Wethouders verleend en zoo ja, waarvoor?
14. Hoe is overigens het karakter van de standplaats?
Rubriceeren in: (met korte toelichting)
a) Gewoon: (mand, bak met stellage er in, gewone kar of bakfiets)
b) Gewoon, met glazen opstand: (kar of bakfiets met gewone glazen opstand, met schuifraam)
c) Kiosk-idee: (kar of bakfiets met glazen opstand, voorzien van openslaande ruiten met zeil er boven, met schotten ombouwde wielen en andere uitbouwsels)
d) Verkoop-tent: (kar of bakfiets met glazen opstand, voorzien van volledige zij- en achterzeilen of schotten, waardoor het geheel is geworden tot een tent, al of niet met bank en stoelen, waar verkooper en publiek volledige beschutting in vinden).
15. Wat zijn dus de afwijkingen van deze standplaats in karakter en in details ten opzichte van de door Burgemeester en Wethouders gegeven vergunning? (o.a. ook uitstallingen buiten de toegestane verkoopplaats). * Vorm en structuur: Het document is een getypt formulier met een strakke, verticale scheidingslijn tussen de vragen en de (leeggelaten) antwoordvelden. Het gebruik van onderstrepingen dient om de hiërarchie van de vragen aan te geven.
* Inhoudelijke focus: De nadruk ligt niet alleen op wie er staat, maar vooral op hoe men er staat. Er is een sterke focus op de fysieke verschijningsvorm van de standplaats (vragen 9 t/m 15).
* Regulering: Het formulier getuigt van een strikte controle op de openbare ruimte. De overheid probeert onderscheid te maken tussen mobiele handel (manden, karren) en meer permanente bouwsels die het straatbeeld beïnvloeden, zoals het "kiosk-idee" of "verkoop-tenten".
* Taalgebruik: Het document hanteert de vooroorlogse spelling (bijv. "den", "zoo", "verkooper", "opneming"). De terminologie is ambtelijk en beschrijvend. Dit formulier stamt uit mei 1939, een periode waarin de gemeentelijke overheid (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de referentie naar de "Wethouder voor de Levensmiddelen" en "alhier") de greep op de straathandel probeerde te verstevigen. In de jaren '30 groeide het aantal straathandelaren door de economische crisis.
Veel handelaren probeerden hun karren uit te bouwen tot semi-permanente winkeltjes (de in vraag 14 genoemde "kiosk-ideeën" en "tenten") om meer comfort te bieden aan klanten en zichzelf te beschermen tegen het weer. De gemeente zag dit echter vaak als een ongewenste privatisering van de openbare weg en een overtreding van de oorspronkelijke vergunning, die meestal alleen gold voor een simpel vervoersmiddel. Deze enquête was vermoedelijk bedoeld om alle "wildgroei" in kaart te brengen voor handhavingsdoeleinden of om nieuwe, strengere regels voor te bereiden vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.