Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie). 2 oktober (jaar onvermeld, vermoedelijk begin 20e eeuw, ca. 1914-1920). De Directeur (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. 1 2 October 9.
55/3/11 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
bedoelde verandering is in het concept aangebracht.
In artikel 24 lid 1 van het concept wordt de
aan den pachter eventueel te betalen rente op 4% 's jaars ge-
steld. In overeenstemming met hetgeen ik aan het slot van mijn
op de onderhavige aangelegenheid betrekking hebbend rapport
d.d. 16 Juli jl. (No.55/3/6 M.) heb voorgesteld, geef ik U
beleefd in overweging de bedoelde rente op 3% 's jaars te be-
palen.
Tenslotte stel ik voor, om in het geheele con-
tract van de pachtster te spreken - en niet van den pachter - ,
aangezien het de bedoeling is de overeenkomst met een naam-
looze vennootschap te sluiten.
De Directeur, Het document is een zakelijke correspondentie waarin twee specifieke wijzigingen voor een pachtcontract (concept) worden voorgesteld:
- Renteaanpassing: De directeur stelt voor om de rente die aan de pachter betaald moet worden te verlagen van 4% naar 3% per jaar. Hij verwijst hierbij naar een eerder rapport van 16 juli.
- Taalkundige/Juridische correctie: Er wordt voorgesteld om de term "den pachter" (mannelijk) te vervangen door "de pachtster" (vrouwelijk). De reden hiervoor is strikt juridisch-grammaticaal: de overeenkomst wordt aangegaan met een "naamlooze vennootschap" (N.V.). In het toenmalige Nederlands werden rechtspersonen zoals een vennootschap als vrouwelijk beschouwd, waardoor de vrouwelijke vorm van het woord 'pachter' correcter werd geacht.
De toon is formeel en beleefd ("geef ik U beleefd in overweging"). De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam. Dit ambt was met name van groot belang tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), toen Nederland te maken had met schaarste, distributie en centrale aansturing van voedselvoorraden.
De referentie naar een "naamlooze vennootschap" en de nauwgezette aandacht voor de rentevoet en juridische terminologie wijst op een formele pachtovereenkomst tussen de gemeente Amsterdam en een commerciële partij, mogelijk voor de exploitatie van een faciliteit die te maken had met de voedselvoorziening (zoals een opslagplaats, markt of gaarkeuken). De spelling (bijv. "naamlooze") is conform de schrijfwijze van vóór de spellinghervorming van Marchant (1934). Gemeente Amsterdam