Archief 745
Inventaris 745-293
Pagina 160
Dossier 6
Jaar 1939
Stadsarchief

Notitie/verslag over arbeidsomstandigheden en financiële status van een toiletverzorgster.

1 juli 1939 (met verwijzingen naar 25 april en 1 mei '39).

Origineel

Notitie/verslag over arbeidsomstandigheden en financiële status van een toiletverzorgster. 1 juli 1939 (met verwijzingen naar 25 april en 1 mei '39). [Bovenaan]
1 Juli 1939
H. du Crocq

5 jaar toiletverzorgster:
A. A. du Crocq-Westenberg.
- Sedert 2 jaar samen
betalen pacht, vinden dat
onbillijk.
f 6,50 per week : Mei t/m Oct.
Nov. t/m April f 4,50 per week.

[Tussenlijn]
Kan daarin geen verandering
worden gebracht.

25 April
15,05 + 1,- per week
4,50 - onkosten
------- ---------
10,55 f 20,52
hoogste week

[Tussenlijn]
1 Mei '39 Gemiddeld
f 5,50 pacht, gemiddeld
f 12,- netto opbrengst.
Onkosten papier, zeep, soda, dweilen

[In de linkermarge, verticaal geschreven]
Ma. Dinsdag markt 9 1/2 uur
vrijdag 10 1/2 uur Het document betreft een zakelijke of administratieve notitie aangaande de exploitatie van een toiletvoorziening door mevrouw A.A. du Crocq-Westenberg. Uit de tekst valt op te maken dat zij al vijf jaar als toiletverzorgster werkzaam is en sinds twee jaar samen met haar partner (H. du Crocq) de werkzaamheden uitvoert.

De kern van het document is een klacht over de "pacht" (huur/gebruiksvergoeding) die zij moeten betalen. Deze pacht is seizoensgebonden: 6,50 gulden in het hoogseizoen (mei-oktober) en 4,50 gulden in het laagseizoen (november-april). Het gemiddelde bedrag van 5,50 gulden per week wordt als "onbillijk" (onrechtvaardig) ervaren. De zakelijke reactie hierop is kort en formeel genoteerd: "Kan daarin geen verandering worden gebracht."

De berekeningen geven inzicht in de precaire financiële situatie:
* Een netto opbrengst van gemiddeld 12 gulden per week.
* De kosten voor schoonmaakmiddelen (papier, zeep, soda, dweilen) bedragen ongeveer 1 gulden per week.
* Er is een uitschieter genoteerd ("hoogste week") van 20,52 gulden. Dit document stamt uit juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. In deze periode was het beroep van toiletjuffrouw vaak een marginale vorm van zelfstandige arbeid waarbij men een standplaats 'pachtte' van de gemeente of een markteigenaar. De inkomsten waren volledig afhankelijk van de fooien of vaste bijdragen van bezoekers.

De vermeldingen in de marge ("markt 9 1/2 uur") suggereren dat de werkzaamheden gekoppeld waren aan de marktdagen, waarschijnlijk in een publiek gebouw of op een marktplein. De strijd om een redelijk inkomen en de frustratie over de pachtsommen schetsen een beeld van de sociaaleconomische positie van de lagere beroepsklassen in Nederland aan het eind van de jaren '30.

Samenvatting

Het document betreft een zakelijke of administratieve notitie aangaande de exploitatie van een toiletvoorziening door mevrouw A.A. du Crocq-Westenberg. Uit de tekst valt op te maken dat zij al vijf jaar als toiletverzorgster werkzaam is en sinds twee jaar samen met haar partner (H. du Crocq) de werkzaamheden uitvoert.

De kern van het document is een klacht over de "pacht" (huur/gebruiksvergoeding) die zij moeten betalen. Deze pacht is seizoensgebonden: 6,50 gulden in het hoogseizoen (mei-oktober) en 4,50 gulden in het laagseizoen (november-april). Het gemiddelde bedrag van 5,50 gulden per week wordt als "onbillijk" (onrechtvaardig) ervaren. De zakelijke reactie hierop is kort en formeel genoteerd: "Kan daarin geen verandering worden gebracht."

De berekeningen geven inzicht in de precaire financiële situatie:
* Een netto opbrengst van gemiddeld 12 gulden per week.
* De kosten voor schoonmaakmiddelen (papier, zeep, soda, dweilen) bedragen ongeveer 1 gulden per week.
* Er is een uitschieter genoteerd ("hoogste week") van 20,52 gulden.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa. In deze periode was het beroep van toiletjuffrouw vaak een marginale vorm van zelfstandige arbeid waarbij men een standplaats 'pachtte' van de gemeente of een markteigenaar. De inkomsten waren volledig afhankelijk van de fooien of vaste bijdragen van bezoekers.

De vermeldingen in de marge ("markt 9 1/2 uur") suggereren dat de werkzaamheden gekoppeld waren aan de marktdagen, waarschijnlijk in een publiek gebouw of op een marktplein. De strijd om een redelijk inkomen en de frustratie over de pachtsommen schetsen een beeld van de sociaaleconomische positie van de lagere beroepsklassen in Nederland aan het eind van de jaren '30.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Soda Huishoudelijk: Zeep Kruidenier (Droog): Meel Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6