Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 11
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier (mogelijk van een gemeentelijke instantie).

7 april 1939. Van: De Directeur (handtekening rechtsboven lijkt te lezen als "W. Müller"). Aan: Den Heer N. Hagenaar, Valkenburgerstraat 102, Amsterdam-Centrum (Wijk 2).

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier (mogelijk van een gemeentelijke instantie). 7 april 1939. De Directeur (handtekening rechtsboven lijkt te lezen als "W. Müller"). Den Heer N. Hagenaar, Valkenburgerstraat 102, Amsterdam-Centrum (Wijk 2). [Rechtsboven handgeschreven:]
W. Müller

[Links:]
vP/HG.

64/15/4 M.

[Rechts:]
7 April 1939.

[Inspringing rechts:]
den Heer N. Hagenaar,
Valkenburgerstraat 102,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 31 Maart jl. be-
richt ik U, dat U zich niet kunt beroepen op het feit, dat
tusschen U en den heer Appelboom geen firma bestaat, aange-
zien U zich beiden in het met de Gemeente gesloten huurcon-
tract als firmanten heeft voorgedaan.

Ook Uw beroep op artikel 11 van het huurcontract,
bepalende, dat in gevallen, waarin de overeenkomst niet voor-
ziet, de beslissing bij Burgemeester en Wethouders is, kan
niet worden aanvaard, aangezien het hier geen geval betreft,
waarin de huurovereenkomst niet zou voorzien.

De heer Appelboom is niet bereid, om toe te staan,
dat het huurcontract uitsluitend op Uw naam wordt gesteld.
Hij is voornemens om binnen afzienbaren tijd weer zaken te
gaan doen en hij heeft mij toegezegd, dat hij dan gedurende
evenveel maanden den vollen huurprijs voor zijn rekening zal
nemen als U dit tijdens zijn afwezigheid heeft gedaan. Deze
toezegging kan uiteraard niet tot gevolg hebben, dat een van
U beiden van zijn hoofdelijke aansprakelijkheid terzake van
het onderhavige huurcontract zal worden ontslagen.

De Directeur, De brief is een formeel antwoord van een directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Woningdienst of een vergelijkbare dienst belast met gemeentelijk vastgoed) aan de heer N. Hagenaar. Hagenaar probeert blijkbaar onder de gezamenlijke aansprakelijkheid van een huurcontract uit te komen door te stellen dat er geen officiële "firma" bestaat tussen hem en zijn partner, de heer Appelboom.

De directeur wijst dit verzoek op drie gronden af:
1. Juridische status: In het contract met de gemeente hebben beiden zich als "firmanten" (vennoten) gepresenteerd, waardoor de feitelijke afwezigheid van een inschrijving als firma niet relevant is voor het huurcontract.
2. Contractuele clausules: Hagenaar probeerde artikel 11 te gebruiken om de beslissing bij Burgemeester en Wethouders te leggen, maar de directeur stelt dat het contract wel degelijk in deze situatie voorziet.
3. Hoofdelijke aansprakelijkheid: De heer Appelboom weigert dat het contract enkel op naam van Hagenaar komt te staan. Ondanks een onderlinge afspraak over de betaling van de huur (compensatie voor de afwezigheid van Appelboom), blijft de "hoofdelijke aansprakelijkheid" van beide partijen tegenover de gemeente onverminderd van kracht. De brief dateert van april 1939, een periode van grote politieke en economische spanning in Europa. De locatie, de Valkenburgerstraat in Amsterdam, lag in het hart van de oude Joodse buurt. Gezien de namen (Appelboom is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam) en de locatie, is het zeer waarschijnlijk dat het hier gaat om een zakelijk geschil tussen ondernemers in deze wijk.

De Valkenburgerstraat was een drukke straat met veel kleine bedrijven en werkplaatsen. De bureaucratische en formele toon van de brief is kenmerkend voor het Amsterdamse gemeenteapparaat van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het document illustreert hoe de overheid strikt vasthield aan juridische kaders ("hoofdelijke aansprakelijkheid") bij de verhuur van panden, ongeacht de onderlinge afspraken of persoonlijke omstandigheden van de huurders.

Samenvatting

De brief is een formeel antwoord van een directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Woningdienst of een vergelijkbare dienst belast met gemeentelijk vastgoed) aan de heer N. Hagenaar. Hagenaar probeert blijkbaar onder de gezamenlijke aansprakelijkheid van een huurcontract uit te komen door te stellen dat er geen officiële "firma" bestaat tussen hem en zijn partner, de heer Appelboom.

De directeur wijst dit verzoek op drie gronden af:
1. Juridische status: In het contract met de gemeente hebben beiden zich als "firmanten" (vennoten) gepresenteerd, waardoor de feitelijke afwezigheid van een inschrijving als firma niet relevant is voor het huurcontract.
2. Contractuele clausules: Hagenaar probeerde artikel 11 te gebruiken om de beslissing bij Burgemeester en Wethouders te leggen, maar de directeur stelt dat het contract wel degelijk in deze situatie voorziet.
3. Hoofdelijke aansprakelijkheid: De heer Appelboom weigert dat het contract enkel op naam van Hagenaar komt te staan. Ondanks een onderlinge afspraak over de betaling van de huur (compensatie voor de afwezigheid van Appelboom), blijft de "hoofdelijke aansprakelijkheid" van beide partijen tegenover de gemeente onverminderd van kracht.

Historische Context

De brief dateert van april 1939, een periode van grote politieke en economische spanning in Europa. De locatie, de Valkenburgerstraat in Amsterdam, lag in het hart van de oude Joodse buurt. Gezien de namen (Appelboom is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam) en de locatie, is het zeer waarschijnlijk dat het hier gaat om een zakelijk geschil tussen ondernemers in deze wijk.

De Valkenburgerstraat was een drukke straat met veel kleine bedrijven en werkplaatsen. De bureaucratische en formele toon van de brief is kenmerkend voor het Amsterdamse gemeenteapparaat van vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Het document illustreert hoe de overheid strikt vasthield aan juridische kaders ("hoofdelijke aansprakelijkheid") bij de verhuur van panden, ongeacht de onderlinge afspraken of persoonlijke omstandigheden van de huurders.

Gerelateerde Documenten 6