Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 226
Dossier 2C
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

steeds meer tuinders hun producten voor de
veiling inzetten. (In 1935 - 36 - 37 - 38 en 39 waren
dat resp. 34 - 50 - 63 - 80 en 82
duiz.) Stel ik U voor het de tuinders niet
te makkelijk te maken voor inspecties van de
veiling te worden en het besluit van de W. van
15 Maart 1935 in de lade trekken.

Aan de Heer Directeur van
het Marktwezen alhier.

[Handtekening: J. Gesta?]

Bezetting van pieren met natte tuinders

A 36 (7 niet bezette plaatsen)
B 22 (9 " " " )
C 43 (geen open plaatsen)
D 17 (13 niet bezette plaatsen)

Besproken met inspecteurs. - ieder pier
als zelfstandig te beschouwen.
Men schrijft dan niet meer voor pier D maar
voor C - B en A.
Tuinders vrijheid laten voor de staart van de
pieren A - B - C of D te bezetten. De tekst is een ambtelijk schrijven waarin de groei van het aantal tuinders bij een veiling wordt gekwantificeerd voor de periode 1935-1939. De auteur adviseert de Directeur van het Marktwezen om de inspecties strikt te houden en refereert aan een specifiek besluit uit 1935.

Het tweede deel van de notitie is technischer en bevat een tabel over de "Bezetting van pieren met natte tuinders". Hieruit blijkt een logistieke indeling van de verkoopruimte (pieren A t/m D). Er is overleg geweest met inspecteurs over de administratieve afhandeling hiervan: pieren moeten als zelfstandige eenheden worden beschouwd. De conclusie is dat tuinders meer vrijheid moeten krijgen bij het bezetten van de 'staarten' van de pieren, wat wijst op een pragmatische aanpak van de beschikbare ruimte. Dit document biedt een blik op de dagelijkse gang van zaken en de ruimtelijke ordening binnen de Nederlandse tuinbouwsector of markthandel aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de professionalisering en regulering van veilingen in die tijd. De term "natte tuinders" kan duiden op tuinders die hun producten via waterwegen aanvoerden of producten verkochten die veel vocht bevatten/vereisen. De groeiende aantallen (van 34.000 naar 82.000 eenheden, waarschijnlijk colli of aanvoereenheden) tonen de toenemende druk op de marktcapaciteit in de jaren '30 aan. A. Marktwezen

Samenvatting

De tekst is een ambtelijk schrijven waarin de groei van het aantal tuinders bij een veiling wordt gekwantificeerd voor de periode 1935-1939. De auteur adviseert de Directeur van het Marktwezen om de inspecties strikt te houden en refereert aan een specifiek besluit uit 1935.

Het tweede deel van de notitie is technischer en bevat een tabel over de "Bezetting van pieren met natte tuinders". Hieruit blijkt een logistieke indeling van de verkoopruimte (pieren A t/m D). Er is overleg geweest met inspecteurs over de administratieve afhandeling hiervan: pieren moeten als zelfstandige eenheden worden beschouwd. De conclusie is dat tuinders meer vrijheid moeten krijgen bij het bezetten van de 'staarten' van de pieren, wat wijst op een pragmatische aanpak van de beschikbare ruimte.

Historische Context

Dit document biedt een blik op de dagelijkse gang van zaken en de ruimtelijke ordening binnen de Nederlandse tuinbouwsector of markthandel aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het illustreert de professionalisering en regulering van veilingen in die tijd. De term "natte tuinders" kan duiden op tuinders die hun producten via waterwegen aanvoerden of producten verkochten die veel vocht bevatten/vereisen. De groeiende aantallen (van 34.000 naar 82.000 eenheden, waarschijnlijk colli of aanvoereenheden) tonen de toenemende druk op de marktcapaciteit in de jaren '30 aan.

Genoemde Personen 1

A.

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Pruim Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6