Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 347
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/rapportage met handgeschreven correctie.

11 april 1919 (gebaseerd op "11 April 9" en de historische context van de Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening). Van: Vermoedelijk de directeur of beheerder van de Centrale Markt te Amsterdam.

Origineel

Getypte ambtelijke brief/rapportage met handgeschreven correctie. 11 april 1919 (gebaseerd op "11 April 9" en de historische context van de Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening). Vermoedelijk de directeur of beheerder van de Centrale Markt te Amsterdam. 1 11 April 9
65/3/8 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

Berg had, verklaarde hij mij eveneens, dat hij zich wel op-
nieuw op de Centrale Markt zou willen vestigen, ware het niet,
dat hij daarvan door het feit, dat hij de aardappellossers
moet betalen, wordt weerhouden. Weliswaar zeide ik hem, dat
op de Centrale Markt volkomen vrijheid van werken bestaat en
dat hij niet verplicht was, om van de diensten der aardappel-
lossers gebruik te maken, indien hij dat niet wenschte, doch
terecht voerde hij daartegen aan, dat het hem in de ~~stand~~ ^stad^ on-
mogelijk werd gemaakt om zaken te doen, aangezien de klein-
handelaren in het algemeen niet bij hem zouden durven koopen,
indien hij in conflict met de aardappellossers geraakte. Door
thans niet op de Centrale Markt gevestigd te zijn, weet hij
herhaaldelijk aan de "waakzaamheid" der aardappellossers te
ontsnappen en zoodoende aardappelen zonder losloon in Amster-
dam te leveren. Zoolang dit stelsel van heffing van loon door
arbeiders, die het vorderen, ook wanneer van hun diensten
geen gebruik is gemaakt, niet is verdwenen, vrees ik, dat
verscheidene handelaren, evenals Van den Berg, weerhouden
zullen worden om zich op de Centrale Markt te vestigen. Ik
rapporteerde U reeds vroeger, dat ik dit loonstelsel als een
beletsel voor de ontwikkeling der Centrale Markt beschouw.
Nochtans meen ik, dat hieraan voor het oogenblik niet veel
kan worden veranderd.

Wat tenslotte het verzoek van Van den Berg betreft

om weder in aanmerking te komen om in te schrijven voor leve-
ranties ten behoeve van den Centralen Dienst voor de Levens-
middelenvoorziening, diene, dat het naar mijn meening in het
belang der Centrale Markt noodzakelijk is, dat voor inschrij-
vingen voor den Centralen Dienst uitsluitend in aanmerking
komen grossiers, die op de Centrale Markt gevestigd zijn. Bij
een bespreking, die ik dienaangaande met mijn Ambtgenoot van
voornoemden dienst had, bleek hij mijn standpunt te onder-
schrijven. Ik vertrouw, dat U zich ermede kunt vereenigen.

Ik verzoek U beleefd goed te keuren, dat ik den

heer Mr. De Jong bericht, dat het voorstel van Van den Berg
wordt aanvaard. Door den Centralen Dienst voor de Levens- * Kernproblematiek: De brief beschrijft een vorm van informele machtsuitoefening (een "dwangstelsel") door aardappellossers op de Centrale Markt. Handelaren worden gedwongen "losloon" te betalen, zelfs als zij de diensten van de lossers niet gebruiken.
* Economische impact: De angst voor represailles van de lossers zorgt ervoor dat kleinhandelaren niet durven te kopen bij grossiers die weigeren te betalen. Dit belemmert de groei van de Centrale Markt omdat handelaren zoals Van den Berg liever buiten de markt om werken om deze kosten te vermijden.
* Strategisch beleid: De auteur stelt voor om vestiging op de Centrale Markt als harde voorwaarde te stellen voor overheidsopdrachten (leveranties aan de Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening). Dit is een bewuste poging van het stadsbestuur om handelaren naar de markt te dwingen, ondanks de arbeidsproblemen.
* Taalgebruik: Het gebruik van de term "waakzaamheid" (tussen aanhalingstekens) suggereert een kritische houding tegenover de sociale druk of intimidatie door de arbeiders. Dit document stamt uit de periode vlak na de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er grote schaarste en was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via gemeentelijke diensten (de "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening"). In Amsterdam was de Wethouder voor de Levensmiddelen (destijds de SDAP-politicus Florentinus Wibaut) verantwoordelijk voor deze logistiek. De brief illustreert de spanning tussen het gemeentelijke streven naar centralisatie en efficiëntie enerzijds, en de gevestigde machtsposities van arbeidersgroepen (de lossers) anderzijds. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de voorloper van de grote Markthallen die later in de jaren '30 aan de Jan van Galenstraat zouden verrijzen.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De brief beschrijft een vorm van informele machtsuitoefening (een "dwangstelsel") door aardappellossers op de Centrale Markt. Handelaren worden gedwongen "losloon" te betalen, zelfs als zij de diensten van de lossers niet gebruiken.
  • Economische impact: De angst voor represailles van de lossers zorgt ervoor dat kleinhandelaren niet durven te kopen bij grossiers die weigeren te betalen. Dit belemmert de groei van de Centrale Markt omdat handelaren zoals Van den Berg liever buiten de markt om werken om deze kosten te vermijden.
  • Strategisch beleid: De auteur stelt voor om vestiging op de Centrale Markt als harde voorwaarde te stellen voor overheidsopdrachten (leveranties aan de Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening). Dit is een bewuste poging van het stadsbestuur om handelaren naar de markt te dwingen, ondanks de arbeidsproblemen.
  • Taalgebruik: Het gebruik van de term "waakzaamheid" (tussen aanhalingstekens) suggereert een kritische houding tegenover de sociale druk of intimidatie door de arbeiders.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode vlak na de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er grote schaarste en was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via gemeentelijke diensten (de "Centralen Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening"). In Amsterdam was de Wethouder voor de Levensmiddelen (destijds de SDAP-politicus Florentinus Wibaut) verantwoordelijk voor deze logistiek. De brief illustreert de spanning tussen het gemeentelijke streven naar centralisatie en efficiëntie enerzijds, en de gevestigde machtsposities van arbeidersgroepen (de lossers) anderzijds. De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de voorloper van de grote Markthallen die later in de jaren '30 aan de Jan van Galenstraat zouden verrijzen.

Gerelateerde Documenten 6