Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 358
Dossier 82
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/memorandum.

11 april 1939. Van: Onbekend (mogelijk een afdelingshoofd of secretaris, gezien de initialen VP/HG).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/memorandum. 11 april 1939. Onbekend (mogelijk een afdelingshoofd of secretaris, gezien de initialen VP/HG). VP/HG.
Extra (handgeschreven)

65/3/8 M.
11 April 1939.

Rechtsmaatregelen tegen
F.van den Berg.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Ten vervolge op mijn rapport d.d. 4 Maart jl. (No. 65/3/5 M.) heb ik de eer U in bijlage dezes een afschrift te doen toekomen van een op 6 April jl. door den waarnemenden Gemeente-Advocaat, den heer Mr.D.K.G.de Jong, aan mij gerichten brief. Met betrekking tot dien brief merk ik op, dat Van den Berg uiteraard niet het recht heeft gehad, om het door hem met ingang van 1 November 1938 voor een jaar gehuurde pakhuis reeds met ingang van 1 December wederom te verlaten. Intusschen is het een feit, dat de door Van den Berg gehuurde pakhuisafdeeling met ingang van 1 Januari jl. opnieuw is verhuurd, namelijk aan den grossier Bruinsma, in wiens huurcontract echter een bepaling is opgenomen, dat het onderwijld zal eindigen, indien Van den Berg alsnog zou willen terugkomen.

Wanneer derhalve uiteindelijk bij rechterlijk vonnis, overeenkomstig een dezerzijds ingestelde vordering, de huurovereenkomst met Van den Berg zou worden ontbonden, zou de schadevergoeding, die aan de Gemeente zou worden toegewezen, zich waarschijnlijk beperken tot de gederfde huur over de maand December 1938, aangezien sedert Januari wederom huur is ontvangen. Op dien grond - en mede ter vermijding van een langdurig proces - lijkt mij het voorstel van Van den Berg om alsnog de huur over de maand December te betalen, niet onaanneemelijk. Ook de heer Gemeente-Advocaat met wien ik deze aangelegenheid besprak is de bovenstaande meening toegedaan.

Bij een onderhoud, dat ik nog onlangs met Van den * Juridisch geschil: De kern van de brief betreft een contractbreuk. F. van den Berg had een pakhuis gehuurd voor een jaar (vanaf nov. 1938), maar verliet dit al na één maand.
* Schadebeperking: Omdat de gemeente de ruimte per 1 januari 1939 alweer heeft kunnen verhuren aan een zekere grossier Bruinsma, is de feitelijke financiële schade beperkt tot één maand huur (december 1938).
* Pragmatische aanpak: De schrijver adviseert, in overleg met de gemeente-advocaat, om akkoord te gaan met de betaling van die ene maand huur door Van den Berg. Een gerechtelijke procedure wordt ontraden omdat de kosten en tijd waarschijnlijk niet opwegen tegen de geringe extra winst (slechts de huur over december).
* Taalgebruik: Het document hanteert de voor die tijd gebruikelijke formele, ambtelijke stijl ("heb ik de eer U", "in bijlage dezes", "onaanneemelijk"). De brief is geschreven in april 1939, een periode van verhoogde spanning in Europa vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze jaren een cruciale post binnen het Amsterdamse gemeentebestuur, verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en distributie in de stad. Pakhuizen waren essentieel voor de opslag van noodvoorraden. Het feit dat men een juridisch geschil over één maand huur zo formeel afhandelt, getuigt van de nauwgezette bureaucratie van het toenmalige stadsbestuur, maar ook van een zekere zakelijke redelijkheid om onnodige processen te vermijden in een tijd waarin de overheid haar handen vol had aan crisisbeheersing.

Samenvatting

  • Juridisch geschil: De kern van de brief betreft een contractbreuk. F. van den Berg had een pakhuis gehuurd voor een jaar (vanaf nov. 1938), maar verliet dit al na één maand.
  • Schadebeperking: Omdat de gemeente de ruimte per 1 januari 1939 alweer heeft kunnen verhuren aan een zekere grossier Bruinsma, is de feitelijke financiële schade beperkt tot één maand huur (december 1938).
  • Pragmatische aanpak: De schrijver adviseert, in overleg met de gemeente-advocaat, om akkoord te gaan met de betaling van die ene maand huur door Van den Berg. Een gerechtelijke procedure wordt ontraden omdat de kosten en tijd waarschijnlijk niet opwegen tegen de geringe extra winst (slechts de huur over december).
  • Taalgebruik: Het document hanteert de voor die tijd gebruikelijke formele, ambtelijke stijl ("heb ik de eer U", "in bijlage dezes", "onaanneemelijk").

Historische Context

De brief is geschreven in april 1939, een periode van verhoogde spanning in Europa vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze jaren een cruciale post binnen het Amsterdamse gemeentebestuur, verantwoordelijk voor de voedselvoorziening en distributie in de stad. Pakhuizen waren essentieel voor de opslag van noodvoorraden. Het feit dat men een juridisch geschil over één maand huur zo formeel afhandelt, getuigt van de nauwgezette bureaucratie van het toenmalige stadsbestuur, maar ook van een zekere zakelijke redelijkheid om onnodige processen te vermijden in een tijd waarin de overheid haar handen vol had aan crisisbeheersing.

Gerelateerde Documenten 6