Brief (kopie/doorslag)
Origineel
Brief (kopie/doorslag) 5 September [1936] De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen 1 5 September 9.
70/3/3 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,
daarvoor nu de jaarlijksche kosten van grondrente tot een bedrag
van ± f 1500,-, zonder dat zij er eenig nut van ondervindt. Mijn
Ambtgenoot zou wenschen, dat de markt thans bovendien f 9000,-
zou uitgeven, om de bedoelde strook voor plantsoen in te richten.
Dit lijkt mij in deze tijden niet verantwoord.
In dit verband breng ik in herinnering, dat Uw Ambtge-
noot voor de Financiën bij zijn apostille No. 228/1 F.1936 / 1273 L.M.1935 d.d.
13 Maart 1936 heeft meegedeeld, dat een uitgaaf van f 2000,-
(het bedrag, dat toen voor het aanbrengen van een grasmat op de
bedoelde strook was genoemd) hem niet gerechtvaardigd voorkwam;
dit klemt mijns inziens te meer nu, voor een plantsoen, een
uitgaaf van f 9000,- gevraagd wordt.
Mijns inziens behoort ten deze bij voortduring naar
een voor de Centrale Markt zoo voordeelig mogelijke oplossing te
worden gestreefd. Daartoe kan het aanleggen van een plantsoen,
zooals het uitbreidingsplan dat vordert, in geen geval dienstig
zijn. Ik handhaaf derhalve het voorstel vervat in het slot van
mijn zich onder de stukken bevindend rapport d.d. 19 Mei jl.
(No.70/3/1 M.) om het uitbreidingsplan zoodanig te wijzigen, dat
het onderhavige terreinsgedeelte als industrie-terrein kan wor-
den verhuurd. Als deze wijziging zal zijn tot stand gekomen, kan
altijd nog bij de verhuring, met de technische eischen, die in
verband met de aanwezigheid der gasbuis moeten worden gesteld
en - voor zoo ver wenschelijk - met aesthetische eischen reke-
ning worden gehouden. Ten aanzien van eventueel te stellen tech-
nische eischen merk ik nog op, dat het mijns inziens mogelijk
moet zijn om op de 13 m breede strook een bebouwing of opslag-
gelegenheid te vestigen, die voor de gasbuis geen bezwaren op-
levert.
Ik stel U voor omtrent deze aangelegenheid, die de
financieele belangen der Centrale Markt raakt, thans ook het
oordeel te vragen van Uw Ambtgenoot voor de Financiën.
De Directeur, In dit schrijven verzet de Directeur van de Centrale Markt zich tegen een plan om een strook grond in te richten als plantsoen. De kernpunten van zijn argumentatie zijn:
- Financiële onverantwoordelijkheid: Er wordt jaarlijks f 1500,- aan grondrente betaald zonder nut. Een investering van f 9000,- voor een plantsoen wordt in de huidige economische omstandigheden ("in deze tijden") als onverantwoord beschouwd, zeker omdat een eerder, veel goedkoper plan voor een grasmat (f 2000,-) al door de Wethouder van Financiën was afgewezen.
- Economisch nut: De Directeur pleit voor een wijziging van het uitbreidingsplan om de grond als industrie-terrein te verhuren, wat inkomsten zou genereren in plaats van kosten.
- Technische haalbaarheid: Ondanks de aanwezigheid van een gasbuis onder de 13 meter brede strook, meent de Directeur dat bebouwing of opslag mogelijk is zonder risico’s.
- Strategisch advies: Hij adviseert de Wethouder om de Wethouder van Financiën te consulteren, wetende dat deze waarschijnlijk de dure uitgave voor een plantsoen zal blokkeren. Het document dateert uit september 1936, een periode waarin Nederland nog volop de gevolgen ondervond van de Grote Depressie. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was op dat moment nog relatief nieuw (geopend in 1934).
De brief illustreert de spanning tussen de behoefte aan stadsverfraaiing (groenvoorziening in het uitbreidingsplan) en de bittere noodzaak tot bezuiniging en efficiëntie in het gemeentelijk beheer. De Directeur hanteert een strikt zakelijke en pragmatische toon, waarbij hij de financiële argumenten van de Wethouder van Financiën handig gebruikt om zijn eigen visie op commerciële exploitatie van de terreinstrook kracht bij te zetten.