Brief (verzoekschrift)
Origineel
Brief (verzoekschrift) 18 januari 1939 Johan Pronk, wonende aan de Jacob van Lennepstraat 122-I voor, Amsterdam. [Paars stempel:] № 72/12/1 M. 1939 19
[Potloodnotitie:] nv. msp
A’dam 18 Januari ’39.
Wel Edelen Heer!
De ondergetekende richt beleefd
een verzoek tot u. Ik ben invalide
doordat ik in mijn werk mijn
rechterhand verbrijzelde en ben
nu verplicht om op een andere
manier voor mijn huisgezin het
brood te verdienen. Ik geniet
f 7,74 per week van de ongevallen-
wet maar kan daar mijn gezin
niet van onderhouden. Ik ver-
zoek u dan ook beleefd of
ik u s v p even zou mogen
spreken.
Hopende zoo gauw moge-
lijk iets daaromtrent van u
te mogen vernemen, zoo ver-
blijf ik bij voorbaat bedankt,
Hoogachtend
Uw nederige dienaar
Johan Pronk.
Jacob v Lennepstr 122 I vòòn
A’dam. * Toon: De brief is geschreven in een uiterst nederige en beleefde toon, passend bij de sociale verhoudingen van die tijd. Termen als "Wel Edelen Heer" en "Uw nederige dienaar" waren destijds standaardformules bij het aanschrijven van autoriteiten of welgestelde personen door iemand uit de arbeidersklasse.
* Kernboodschap: De schrijver, Johan Pronk, is door een arbeidsongeval (een verbrijzelde rechterhand) invalide geraakt. Hij ontvangt een uitkering uit de Ongevallenwet van 7,74 gulden per week, wat zelfs voor 1939 een zeer laag bedrag was om een gezin van te onderhouden. Hij verzoekt om een persoonlijk gesprek om zijn situatie toe te lichten, waarschijnlijk in de hoop op extra steun of werk dat hij met zijn beperking nog wel kan uitvoeren.
* Handschrift: Het betreft een duidelijk, regelmatig en geoefend handschrift, wat erop wijst dat de schrijver ondanks zijn letsel aan de rechterhand (mogelijk was hij van nature linkshandig of heeft hij zich omgeschoold) over een goede basisvaardigheid in schrijven beschikte. Deze brief biedt een inkijkje in de sociale omstandigheden in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De economische crisis van de jaren '30 liet nog diepe sporen na. De Ongevallenwet van 1901 was de eerste sociale verzekeringswet in Nederland, maar de uitkeringen waren vaak minimaal en boden nauwelijks een sociaal minimum. Het adres (Jacob van Lennepstraat 122 in de Amsterdamse Kinkerbuurt) was destijds een typische volksbuurt. De toevoeging "I vòòn" (I voor) duidt aan dat hij op de eerste verdieping aan de straatzijde woonde.