Archiefdocument
Origineel
29 maart 1939. VP/HG.
77/25/5 M.
n 2
29 Maart 1939.
Voorstel om A. Bermond te
straffen met ontneming van
het recht van toegang tot
de Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U afschriften te doen toekomen van twee rapporten van den marktopzichter Buenting d.d. 22 en 27 Maart jl., waaruit blijkt, dat A. Bermond, Kleine Kattenburgerstraat 111 huis, wien als kooper toegang tot de Centrale Markt is verleend, aldaar op eerstvermelden datum twee kisten raapstelen en een kistje andijvie heeft meegenomen van den grossier J. Star, zonder dat deze hem daartoe toestemming had verleend. Terzake kan geen proces-verbaal worden opgemaakt, omdat, zooals uit het eerstbedoelde rapport blijkt, de grossier Star achteraf betaling voor de meegenomen goederen heeft aangenomen. Een feit blijft evenwel, dat Bermond door zijn handelwijze, die moreel ongetwijfeld met diefstal is gelijk te stellen, den goeden gang van zaken op de Centrale Markt heeft verstoord.
Deze kooper staat op de Centrale Markt bij uitstek ongunstig bekend. Hij werd reeds bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 8 November 1935 (No. 1179 L.M. 1935) wegens diefstal van fruitkisten gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt tot 16 December 1935 met dien verstande, dat het bedoelde recht hem voorgoed zou worden ontnomen, indien hij zich binnen een termijn van twee jaar, ingaande op laatstvermelden datum, wederom aan diefstal op de markt schuldig zou maken.
Sedertdien is nog eenige keeren ter kennis van mijn dienst gekomen, dat Bermond moeilijkheden had met op de * Inhoud: Het document betreft een disciplinair voorstel tegen een geregistreerde koper op de Centrale Markt, de heer A. Bermond. Hij heeft groenten (raapstelen en andijvie) meegenomen bij een grossier zonder voorafgaande toestemming. Hoewel er achteraf betaald is (waardoor strafrechtelijke vervolging uitblijft), vindt de ambtenaar de gedraging moreel verwerpelijk en verstorend voor de orde op de markt.
* Recidive: Bermond wordt omschreven als een bekende onruststoker. In 1935 was hij al eens tijdelijk geschorst wegens diefstal van kisten, met een expliciete waarschuwing dat bij herhaling een definitief verbod zou volgen.
* Juridisch kader: Het document illustreert hoe markttoegang een privilege was dat door het college van Burgemeester en Wethouders kon worden ingetrokken bij wangedrag, los van een eventuele strafrechtelijke veroordeling. * Historische Context: Amsterdam, maart 1939. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was op dat moment het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. Orde en tucht waren essentieel voor een goede doorstroming van goederen.
* Sociale Geografie: Het genoemde adres (Kleine Kattenburgerstraat 111) situeert de betrokkene in een Amsterdamse volksbuurt die destijds bekendstond om zijn dichte bebouwing en hardwerkende, soms verarmde bevolking.
* Bestuurlijke structuur: De brief is gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". In de jaren '30 was voedselvoorziening een cruciaal politiek dossier vanwege de economische crisis en de dreiging van een nieuw wereldconflict. Het handhaven van de regels op de markt had daarom een hoge prioriteit.