Archief 745
Inventaris 745-299
Pagina 210
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

12 april 1939

Origineel

12 april 1939 77/30/s M. 1939

XXXXXXXXXXX
2
2
Gezien
[Handtekening]

Diefstal van 40 ledige
Westlandsche kisten, ten na-
deele van Th. B. Pouw, groenten-
grossier,

** contra:**

Willem Grevenstuk, geboren te
Haarlemmermeer 9 Maart 1912,
knecht, wonende Badhoevelaan
51 te Badhoevedorp (Ryk
Haarlemmermeer).

Op Woensdag 12 April 1900negenendertig werd my, Carel Lodewyk Buenting, ambtenaar van het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, door Barend van Dyk, oud 47 jaar, wonende Da Costakade 200 huis te Amsterdam(West), die er zyn beroep van maakt om ledig fust in te nemen, het navolgende medegedeeld en verklaarde hy: "Hedenmorgen te ongeveer 6.30 uur voormiddags bracht de kruier A. Swaab veertig ledige Westlandsche kisten by myn schuit, welke ligplaats heeft in het water van haven C. op de terreinen van de Centrale Markt, Jan van Galenstraat te Amsterdam(West). Hy verklaarde dat deze kisten door hem moesten worden ingeleverd voor rekening van den kooper H. Tabak, Spuistraat te Amsterdam. Aangezien Swaab een persoon is die meerdere keeren werd vervolgd voor het wegnemen van ledige kisten en daar het my bekend is dat de kooper Tabak Spuistraat eigen personeel in dienst heeft, betaalde ik het geld voor de 40 kisten niet uit en deelde ik Swaab mede dat Tabak zelf het geld in ontvangst moest komen nemen. Swaab is daarop onmiddellyk vertrokken, zonder op uitbetaling van de kisten aan te dringen en onder achterlating van de besproken kisten, die Fl. 0.30 per kist vertegenwoordigen. Ik kan echter niet aannemen dat Swaab waarheid heeft gesproken en verzoek U te willen onderzoeken hoe hy de 40 ledige kisten in zyn bezit heeft gekregen. Het komt me lang niet onmogelyk voor dat Willem Grevenstuk, die by den grossier Th. Pouw in dienst is en die den laatsten tyd meerdere keeren ledige Westlandsche kisten by my inleverde, ook iets met deze zaak te maken heeft. Als bewys dat hy den laatsten tyd ledig goed by my inleverde, overhandig ik U hierby 2 bonnen, genummerd 760 en 466, waarop ik aan Grevenstuk op 4 April 1939 en 8 April 1939 respectievelyk Fl. 9.12 en Fl. 9.40 voor 32 en 33 ledige Westlandsche kisten heb uitbetaald. Op 4 April gaf hy my op dat hy voor zyn patroon, den grossier Pouw moest inleveren, terwyl ik op 8 April van hem opgegeven kreeg dat hy de kisten moest inleveren voor rekening van een zekeren Bakker. Ook vóór 4 April heeft hy eenige keeren ledige kisten by my ingeleverd. Hoeveel kisten dat zyn geweest en op welke data dat was, kan ik U niet zeggen."

Vervolgens nam ik van van Dyk 2 bonnen over, genummerd 760 en 466, waarop voorkwamen de namen Pouw en Bakker en vermeldende de door van Dyk uitbetaalde bedragen van Fl. 9.12 en Fl. 9.40. Op de achterzyde van bon No 760 staat vermeld 4 April, terwyl bon No 466 den datum 8 April aangeeft. Verder heb ik by van Dyk in beslaggenomen 40 Westlandsche kisten, waarvoor per stuk Fl. 0.30 statiegeld is betaald en welk bedrag van Dyk, onder aftrek van 1 1/2 cent provisie per kist uitbetaalt aan de personen die ze by hem inleveren. Deze Het document beschrijft een vermoedelijke verduistering of diefstal van emballage (Westlandse kisten) op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is als volgt:

  1. Verdachte situatie: De kruier A. Swaab probeert 40 kisten in te leveren bij de fust-innemer Barend van Dyk. Van Dyk vertrouwt het niet omdat Swaab een verleden heeft met kistendiefstal en beweert te handelen voor een koper die normaal eigen personeel inzet.
  2. Vluchtgedrag: Zodra Van Dyk weigert direct uit te betalen en eist dat de eigenaar het geld ophaalt, vertrekt Swaab zonder de kisten of het geld. Dit versterkt het vermoeden van diefstal.
  3. Betrokkenheid personeel: Van Dyk wijst op Willem Grevenstuk, een knecht van de benadeelde grossier Pouw. Grevenstuk had kort daarvoor al vaker kisten ingeleverd, waarbij hij de ene keer zei voor Pouw te werken en de andere keer voor een onbekende "Bakker". Dit duidt op interne diefstal waarbij een werknemer de emballage van zijn werkgever buiten de boeken om verkoopt.
  4. Financiële waarde: De kisten hebben een statiegeldwaarde van 0,30 gulden per stuk. De innemer houdt 1,5 cent provisie per kist in. Voor de verdachten gaat het hier om bedragen rond de 9 à 12 gulden, wat in 1939 substantiële bedragen waren voor kleine criminaliteit. * Centrale Markt Amsterdam: Gelegen aan de Jan van Galenstraat, was dit het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. Het fust (de kisten) was een essentieel en waardevol onderdeel van de handel.
  5. Onbezoldigd veldwachter: Het was gebruikelijk dat marktmeesters of ambtenaren van het marktwezen ook de status van (onbezoldigd) veldwachter hadden, zodat zij opsporingsbevoegdheid hadden op het marktterrein.
  6. Tijdsbeeld: April 1939. Nederland verkeert in de laatste vreedzame maanden voor de Tweede Wereldoorlog. De economische crisis van de jaren '30 is nog voelbaar, wat de diefstal van relatief kleine zaken als houten kisten verklaart.
  7. Westlandsche kisten: Gestandaardiseerde houten veilingkisten uit de regio Westland, die door het hele land rouleerden en een vastgestelde statiegeldwaarde hadden.

Samenvatting

Het document beschrijft een vermoedelijke verduistering of diefstal van emballage (Westlandse kisten) op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is als volgt:

  1. Verdachte situatie: De kruier A. Swaab probeert 40 kisten in te leveren bij de fust-innemer Barend van Dyk. Van Dyk vertrouwt het niet omdat Swaab een verleden heeft met kistendiefstal en beweert te handelen voor een koper die normaal eigen personeel inzet.
  2. Vluchtgedrag: Zodra Van Dyk weigert direct uit te betalen en eist dat de eigenaar het geld ophaalt, vertrekt Swaab zonder de kisten of het geld. Dit versterkt het vermoeden van diefstal.
  3. Betrokkenheid personeel: Van Dyk wijst op Willem Grevenstuk, een knecht van de benadeelde grossier Pouw. Grevenstuk had kort daarvoor al vaker kisten ingeleverd, waarbij hij de ene keer zei voor Pouw te werken en de andere keer voor een onbekende "Bakker". Dit duidt op interne diefstal waarbij een werknemer de emballage van zijn werkgever buiten de boeken om verkoopt.
  4. Financiële waarde: De kisten hebben een statiegeldwaarde van 0,30 gulden per stuk. De innemer houdt 1,5 cent provisie per kist in. Voor de verdachten gaat het hier om bedragen rond de 9 à 12 gulden, wat in 1939 substantiële bedragen waren voor kleine criminaliteit.

Historische Context

  • Centrale Markt Amsterdam: Gelegen aan de Jan van Galenstraat, was dit het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. Het fust (de kisten) was een essentieel en waardevol onderdeel van de handel.
  • Onbezoldigd veldwachter: Het was gebruikelijk dat marktmeesters of ambtenaren van het marktwezen ook de status van (onbezoldigd) veldwachter hadden, zodat zij opsporingsbevoegdheid hadden op het marktterrein.
  • Tijdsbeeld: April 1939. Nederland verkeert in de laatste vreedzame maanden voor de Tweede Wereldoorlog. De economische crisis van de jaren '30 is nog voelbaar, wat de diefstal van relatief kleine zaken als houten kisten verklaart.
  • Westlandsche kisten: Gestandaardiseerde houten veilingkisten uit de regio Westland, die door het hele land rouleerden en een vastgestelde statiegeldwaarde hadden.

Locaties

Amsterdam (Centrale Markt Jan van Galenstraat)

Gerelateerde Documenten 4