Proces-verbaal / Getuigenverklaring (getypt).
Origineel
Proces-verbaal / Getuigenverklaring (getypt). 18 februari 1939. Nadat ik, verbalisant van het vorenstaande had kennisgenomen heb ik Kreyt voornoemd op Zaterdag achttien Februari 1900 negenendertig te ongeveer 8 uur voormiddags bij het verlaten van de Centrale Markt aangehouden. Op de driewielige bakfiets, welke hij bestuurde, bleek een mud bonte aardappelen aanwezig te zijn. Ik heb Kreyt voorloopig verhoord, waarbij hij my opgaf genaamd te zijn
KAREL WILLEM KREYT,
geboren te Amsterdam 7 November 1900 en tien, aardappel- en groentenhandelaar en te wonen Admiralengracht 58 beletage te Amsterdam(West). Hy verklaarde: "Het mud bonte aardappelen dat U hier in twee zakken, gemerkt Sucre Graeffe en fa C.F. Helms en Zonen, op myn bakfiets aantreft zijn dezelfden, die ik hedenmorgen te ongeveer 6.30 uur voormiddags heb weggenomen bij den aardappelgrossier Greidanus. De aardappelen maakten deel uit van een party, welke onder een zeil op den wal voor het pakhuis van voormelden grossier lag. Dit pakhuis bevindt zich op pier P. op de terreinen van de Centrale Markt. De aardappelen waren verpakt in de twee zakken, waarin U ze op mijn bakfiets aantrof. Nadat ik de twee zakken aardappelen op mijn bakfiets had geladen, legde ik het zeil weer over de aardappelen. Eenige oogenblikken later kwam Greidanus juist op de markt. Ik liep onmiddellijk naar hem toe kocht een mud poters, betaalde deze poters, laade ze en bestelde vervolgens nog een mud poters en een mud bonten. Deze aardappelen zou Greidanus mij in de middaguren leveren. Ik vertelde Greidanus niet dat ik eenige oogenblikken voor zijn komst een mud bonten van zijn voorraad had opgeladen. Aangezien ik geen geld genoeg had om deze aardappelen op dat oogenblik te voldoen, verzweeg ik dat. Ik nam mij echter voor het weggenomen mud bonte aardappelen bij levering van de door mij bestelde aardappelen te voldoen. Ik verklaar dan ook dat ik niet de bedoeling heb gehad om mij het mud bonte aardappelen, dat ik bij Greidanus onder het zeil vandaan haalde, zonder betaling toe te eigenen. Ik heb echter van iemand toestemming gekregen om het mud bonten weg te nemen of daarover op andere wijze te beschikken."
Ik, verbalisant heb het mud bonte aardappelen in beslaggenomen en Kreyt vertoond aan Koekenbier en Greidanus. Koekenbier verklaarde dat Kreyt de persoon was die het mud bonte aardappelen wegnam, terwijl Greidanus verklaarde dat Kreyt zijn klant is die op achttien Februari 1900 negenendertig een mud poters bij hem kocht en verzweeg om te zeggen dat hij even tevoren een mud bonten bij hem had opgeladen. De aardappelen en zakken werden vervolgens door Koekenbier herkend als dezelfden, die bij Greidanus werden weggenomen, terwijl Greidanus zakken en aardappelen als zijn eigendom herkende.
Op achttien Februari 1900negenendertig nog gehoord Petrus Johannes Koekenbier, oud 28 jaar, knecht, wonende John Franklinstraat 30 I te Amsterdam(West), die het volgende verklaarde: "Ik bevond mij heden te ongeveer 6.30 uur voormiddags in het pakhuis van mijn broer, den aardappelgrossier G.J.G. Koekenbier, bij wien ik in dienst ben. Aangezien er geen licht brandde in deze pakhuisruimte, welke zich bevindt naast het pakhuis van den aardappelgrossier Greidanus op pier P. op de terreinen van de Centrale Markt, moet ik aanvankelijk onopgemerkt zijn gebleven. Ik zag dat een persoon, mij bekend als te zijn genaamd Karel, een mud (twee zakken) bonte aardappelen wegnam van een stapel aardappelen, welke in eigendom toebehooren aan den aardappelgrossier Greidanus. Deze aardappelen lagen op den loswal voor het pakhuis van Greidanus en waren met een zeil overdekt en bovendien met een touw vastgebonden. Ik zag dat Karel, dien ik bovendien als een klant van Greidanus ken, de twee zakken aardappelen... Het document betreft een gedetailleerd verslag van een aanhouding wegens vermoedelijke diefstal op de Amsterdamse Centrale Markt in 1939. De verdachte, Karel Willem Kreyt, geeft een opvallende verklaring: hij geeft toe de aardappelen te hebben weggenomen voordat de eigenaar (Greidanus) aanwezig was, maar ontkent het criminele oogmerk ("oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening"). Hij stelt dat hij de aardappelen later wilde betalen bij een volgende levering, omdat hij op dat moment onvoldoende contant geld bij zich had.
Interessant is de getuigenis van Koekenbier. Hij observeerde de diefstal vanuit een donker pakhuis naast dat van Greidanus op "Pier P". Hieruit blijkt dat de verdachte dacht onbespied te zijn, terwijl hij in werkelijkheid van korte afstand werd gadegeslagen. Het proces-verbaal eindigt abrupt onderaan de pagina tijdens de getuigenverklaring van Koekenbier. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was destijds het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. De handel vond vaak vroeg in de ochtend plaats, wat de tijdstippen in het document (06:30 uur diefstal, 08:00 uur aanhouding) verklaart.
De gebruikte terminologie is specifiek voor de handel van die tijd:
* Mud: Een oude inhoudsmaat, voor aardappelen destijds gelijkgesteld aan 70 kilogram.
* Bonte aardappelen: Een verzamelnaam voor verschillende gekleurde of gevlekte aardappelrassen.
* Poters: Pootaardappelen, bedoeld om opnieuw te planten.
* Bakfiets: Het standaard transportmiddel voor kleine handelaren in de Amsterdamse binnenstad voor de Tweede Wereldoorlog.