Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 19 mei 1939. Vermoedelijk een functionaris van de Centrale Markt te Amsterdam (ondertekend door "M. Broese"). 77/17/7 M.
[Handgeschreven:] Verzonden 20/5
[Handgeschreven:] M. Broese
VP/G.
19 Mei 1939.
den Heer Directeur voor
Maatschappelyken Steun,
Reguliersdwarsstraat 65-71,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 5.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 6 dezer (No.St. 138544 Afd.O.W.) bericht ik U, dat G.Oudhof zich by herha-ling op de Centrale Markt aan diefstal heeft schuldig ge-maakt. In verband daarmede is hy by Besluit van Burgemeester en Wethouders van 14 Juni 1935 gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voorgoed. Dit Besluit is door Burgemeester en Wethouders op 3 Juli 1936 ge-wyzigd in dien zin, dat de straf vanaf 5 Juli 1936 voorwaar-delyk werd kwytgescholden. Desondanks heeft hy zich op 22 Juli 1937 andermaal aan diefstal schuldig gemaakt, waarop hy by Besluit van Burgemeester en Wethouders van 30 Juli 1937 opnieuw is gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt. Sedertdien heeft Oudhof geen toegang tot die markt meer gehad, zoodat zyn kaart ook niet op 12 Januari jl. werd ingetrokken; by een vechtparty op de markt is hy niet betrokken geweest, althans werd terzake dezerzyds nimmer proces-verbaal opgemaakt.
Uit het vorenstaande blykt, dat Oudhof Uw admini-stratie waarschynlyk niet naar waarheid heeft ingelicht. Voor my bestaat geen aanleiding den Wethouder voor de Levens-middelen voor te stellen hem andermaal toegang tot de Cen-trale Markt te verleenen. Indien U echter meent, dat op ondersteuningskosten kan worden bespaard, door Oudhof op- * Inhoud: De brief is een reactie op een navraag van de dienst Maatschappelijke Steun over een zekere G. Oudhof. De schrijver zet de geschiedenis van Oudhof op de Centrale Markt uiteen: hij is herhaaldelijk betrapt op diefstal. Na een eerdere definitieve ontzegging (1935) die later voorwaardelijk werd ingetrokken (1936), verviel hij in juli 1937 opnieuw in diefstal, waarna het toegangsverbod definitief werd hersteld.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel, vooroorlogs ambtelijk Nederlands, herkenbaar aan de spelling (bijv. 'y' in plaats van 'ij' in 'Maatschappelyken' en 'blykt').
* Status: De brief lijkt onvolledig aan de onderzijde; de zin breekt af bij "door Oudhof op-". Dit suggereert dat er een tweede pagina was waarop een afweging werd gemaakt tussen handhaving van de orde en mogelijke besparing op de steunverlening. De brief dateert van mei 1939, een periode waarin de economische nasleep van de crisis van de jaren '30 nog voelbaar was. De interactie tussen de marktautoriteiten en de sociale dienst (Maatschappelijke Steun) laat zien hoe streng er werd toegezien op het gedrag van mensen die afhankelijk waren van overheidssteun of werkzaam waren in de voedselvoorziening. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was destijds de verantwoordelijke politicus voor de Centrale Markt in Amsterdam, die een cruciale rol speelde in de distributie van voedsel in de stad. De brief insinueert dat Oudhof mogelijk heeft geprobeerd zijn toegangsverbod te omzeilen door onjuiste informatie te verstrekken aan de sociale dienst, wellicht om weer aan het werk te kunnen of bepaalde uitkeringen te behouden.