Ambtsbrief / Rapport
Origineel
Ambtsbrief / Rapport 6 november 1939 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt in Amsterdam) De Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam) [Rechtsboven handgeschreven:]
1 ex Hr. Brown.
[Midden boven getypt:]
VP/HG.
[Midden boven handgeschreven:]
extra
[Linksboven:]
77/75/3 M.
[Rechtsmidden:]
6 November 1939.
[Onderwerp, links:]
Ontneming recht van toegang
tot Centrale Markt aan A.Stodel.
[Adressering, rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Inhoud:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat A.Stodel, Van Ostadestraat 267 II, wien als kooper toegang tot de Centrale Markt is verleend, zich aldaar op 1 November jl. heeft schuldig gemaakt aan diefstal van drie bloemkoolen ten nadeele van den grossier H.Bernhard. Terzake is geen proces-verbaal opgemaakt, omdat Bernhard heeft geweigerd aangifte te doen, kenlijk in verband met de betrekkelijk geringe waarde van het ontvreemde: 60 cent.
Onder mededeeling, dat ik Stodel voornoemd, ingevolge artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt heb gestraft met ontneming van het recht van toegang tot die markt voor de periode van 6 tot en met 19 November a.s., moge ik U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat hij, in aansluiting aan de vorenbedoelde straf, ingevolge het tweede lid van bovengenoemd artikel, door Burgemeester en Wethouders wordt gestraft met ontneming van het bedoelde recht voor den tijd van twee maanden, zulks met ingang van 20 November a.s. Voor de goede orde voeg ik hieraan nog toe, dat Stodel voornoemd tevoren dezerzijds nimmer administratief werd gestraft.
[Ondertekening, rechts:]
De Directeur, In dit document rapporteert de directeur van de Centrale Markt een incident aan de bevoegde wethouder. Een koper genaamd A. Stodel heeft drie bloemkolen gestolen van een grossier. Hoewel de waarde gering was (60 cent) en de benadeelde geen aangifte deed bij de politie, hanteert de directeur de interne reglementen strikt.
Stodel heeft al een korte schorsing van twee weken opgelegd gekregen door de directeur zelf. De directeur adviseert het College van Burgemeester en Wethouders nu om gebruik te maken van hun bevoegdheid om deze straf te verlengen tot twee maanden. Opvallend is de bureaucratische nauwkeurigheid voor een vergrijp van zulke geringe omvang, wat getuigt van een strikt handhavingsbeleid op de markt. De brief dateert van november 1939. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, was de internationale spanning groot en werd de voedselvoorziening nauwlettend in de gaten gehouden. De "Centrale Markt" verwijst naar de Marktcentrale in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat), die destijds het kloppend hart van de stedelijke voedseldistributie was.
Het adres "Van Ostadestraat 267 II" plaatst de betrokkene in de Pijp, een Amsterdamse volksbuurt. Het gebruik van "Levensmiddelen" als portefeuille voor een wethouder benadrukt het belang van voedselregulering in deze onzekere tijd, vlak voor de distributie en schaarste van de oorlogsjaren echt zouden toeslaan.