Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 152
Dossier 7
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel afschrift van een besluit van Burgemeester en Wethouders.

Origineel

Officieel afschrift van een besluit van Burgemeester en Wethouders. x x x
Afschrift.

No. 811 L.M. -1938-
Nº 85/2/6M. 1939 28/3

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN AMSTERDAM

Gezien een adres van J.J.G.K.Harings
wonende Keizerstraat 21
houdende verzoek om kramen, bestemd om op de markt te worden gebruikt, aldaar op een anderen dan voor de markt bestemden tijd op te zetten of te hebben;

Gelet op art.344 onder b van de Algemeene Politieverordening van Amsterdam, zooals dit artikel luidt na het raadsbesluit van 25 Mei 1938 (Gem.blad 1938, afd.3, volgn.77) jo. art. 5 der A.P.V.;

Geven adressant te kennen, dat hem, tot wederopzeggens toe wordt toegestaan op een anderen dan voor de markt bestemden tijd kramen op te zetten of te hebben op de volgende markt(en)

Noordermarkt en Albert Cuypstraat

onder de voorwaarde, dat de op te zetten kramen vervaardigd zijn van deugdelijk materiaal en zich in goeden staat van onderhoud bevinden, een en ander ter beoordeeling van den Directeur van het Marktwezen of de door dezen aangewezen ambtenaren van den Dienst van het Marktwezen.

Amsterdam, 17 Maart 1939.

Burgemeester en Wethouders voornoemd,

(get.) DE VLUGT,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.

Leges f 1.-.
Voor eensluidend afschrift
DE SECRETARIS,
[Handtekening]

Aan: Belanghebbende. Dit document is een formele vergunning (in de vorm van een afschrift) verleend door het Amsterdamse gemeentebestuur aan een individuele koopman, J.J.G.K. Harings. De kern van de vergunning is de toestemming om marktkramen te laten staan of op te bouwen buiten de officieel vastgestelde markttijden.

De vergunning is strikt gebonden aan kwaliteitsnormen: de kramen moeten van "deugdelijk materiaal" zijn en goed onderhouden worden, ter beoordeling van de Directeur van het Marktwezen. Dit duidt op een actieve bemoeienis van de gemeente met het straatbeeld en de veiligheid op de marktterreinen. Het document noemt twee iconische Amsterdamse locaties: de Noordermarkt en de Albert Cuypstraat. De leges voor deze beschikking bedroegen één gulden. Het document dateert van maart 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en ruim een jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was Willem de Vlugt burgemeester van Amsterdam (regeerperiode 1921–1941).

De verwijzing naar de "Algemeene Politieverordening" (APV) en de wijzigingen uit 1938 laten zien dat de gemeente Amsterdam in die jaren bezig was met het stroomlijnen en moderniseren van de marktreglementen. De Albert Cuypmarkt was op dat moment al decennia een centrale plek in de Amsterdamse volkswijk De Pijp, en de Noordermarkt vervulde een vergelijkbare rol in de Jordaan. Dergelijke vergunningen waren essentieel voor marktkooplieden om hun logistiek (het opslaan en opbouwen van kramen) efficiënt te kunnen organiseren in een drukke groeiende stad.

Samenvatting

Dit document is een formele vergunning (in de vorm van een afschrift) verleend door het Amsterdamse gemeentebestuur aan een individuele koopman, J.J.G.K. Harings. De kern van de vergunning is de toestemming om marktkramen te laten staan of op te bouwen buiten de officieel vastgestelde markttijden.

De vergunning is strikt gebonden aan kwaliteitsnormen: de kramen moeten van "deugdelijk materiaal" zijn en goed onderhouden worden, ter beoordeling van de Directeur van het Marktwezen. Dit duidt op een actieve bemoeienis van de gemeente met het straatbeeld en de veiligheid op de marktterreinen. Het document noemt twee iconische Amsterdamse locaties: de Noordermarkt en de Albert Cuypstraat. De leges voor deze beschikking bedroegen één gulden.

Historische Context

Het document dateert van maart 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en ruim een jaar voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was Willem de Vlugt burgemeester van Amsterdam (regeerperiode 1921–1941).

De verwijzing naar de "Algemeene Politieverordening" (APV) en de wijzigingen uit 1938 laten zien dat de gemeente Amsterdam in die jaren bezig was met het stroomlijnen en moderniseren van de marktreglementen. De Albert Cuypmarkt was op dat moment al decennia een centrale plek in de Amsterdamse volkswijk De Pijp, en de Noordermarkt vervulde een vergelijkbare rol in de Jordaan. Dergelijke vergunningen waren essentieel voor marktkooplieden om hun logistiek (het opslaan en opbouwen van kramen) efficiënt te kunnen organiseren in een drukke groeiende stad.

Gerelateerde Documenten 6