Gedrukte ambtelijke mededeling of bijlage bij een vergunning.
Origineel
Gedrukte ambtelijke mededeling of bijlage bij een vergunning. Aan het Ventverbod, omschreven in de bijlage V der vent-
en/of opkoopersvergunning is toegevoegd punt E, luidende :
na 8 uur des vóórmiddags met andere artikelen dan ge-
drukte of geschreven stukken of afbeeldingen te venten
of voorwerpen of stoffen van welken aard ook op te koopen
in de Plantage Kerklaan, tusschen de Plantage Middenlaan
en de Plantage Doklaan, en op de Plantage Muidergracht,
eveneens tusschen de Plantage Middenlaan en de Plantage
Doklaan, of op den openbaren weg binnen een afstand
van 25 M. van de genoemde gedeelten van de Plantage
Kerklaan en van de Plantage Muidergracht. * Inhoud: Het document betreft een wijziging in de regelgeving omtrent straathandel (venten) en het opkopen van goederen. Er wordt een 'punt E' toegevoegd aan het bestaande ventverbod.
* Beperking: Na 08:00 uur 's ochtends is het verboden om te venten met andere goederen dan drukwerk of afbeeldingen. Ook het opkopen van welke materialen dan ook is verboden.
* Locatie: Het verbod is specifiek van kracht in een deel van de Amsterdamse Plantagebuurt: de Plantage Kerklaan en de Plantage Muidergracht, telkens tussen de Plantage Middenlaan en de Plantage Doklaan, inclusief een zone van 25 meter daarvandaan.
* Uitzondering: Alleen de handel in drukwerk, geschreven stukken of afbeeldingen blijft na 8 uur toegestaan. Dit document moet hoogstwaarschijnlijk geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Plantagebuurt grensde direct aan de Jodenbuurt in Amsterdam. De bezetter voerde stelselmatig beperkende maatregelen in die specifiek gericht waren op het bemoeilijken van het economisch leven van de Joodse bevolking.
Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de straathandel of als opkoper (bijvoorbeeld van lompen en metalen). Door het venten en opkopen na 8:00 uur 's ochtends te verbieden in straten die toegang boden tot of deel uitmaakten van gebieden waar veel Joodse handelaren actief waren, werd hun broodwinning effectief onmogelijk gemaakt. De uitzondering voor drukwerk was vaak een juridische nuance om de maatregel niet als een totaal handelsverbod te presenteren, terwijl de belangrijkste bronnen van inkomsten (textiel, stoffen, huisraad) wel verboden werden. De ponsgaten wijzen erop dat dit een officieel bewijsstuk was in een administratief of politioneel dossier.