Archief 745
Inventaris 745-300
Pagina 397
Dossier 4
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / concept-besluit.

18 april 1939 (verzonden op 19 april 1939). Van: Onbekend (mogelijk een afdelingshoofd of secretaris, getekend met initialen/namen rechtsboven: M. Müller en M. de [onleesbaar]).

Origineel

Ambtelijk schrijven / concept-besluit. 18 april 1939 (verzonden op 19 april 1939). Onbekend (mogelijk een afdelingshoofd of secretaris, getekend met initialen/namen rechtsboven: M. Müller en M. de [onleesbaar]). [Handgeschreven rechtsboven:]
M. Müller
M. de [Luer?]

[Handgeschreven midden-boven:]
Verzonden 19/4

[Getypt:]
85/47/3 M.
1

D/G.

18 April 1939.

Aanvulling Reglement op de
Markten met een voorschrift
inzake het plaatsen van kramen.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Nu sedert enkele maanden de Algemeene Politie Ver-
ordening, de Verordening op de heffing van markt-, stand-
plaats- en ventgelden en het Reglement op de Markten zijn
aangevuld met bepalingen betreffende het plaatsen van kramen
vóór en tijdens markttijd en de heffing van het zoogenaamde
"kramengeld", blijkt in de practijk, - hoewel de regeling in
zijn geheel bevredigend werkt -, dat enkele personen, wien
een vergunning krachtens artikel 344 lid 1 sub b juncto ar-
tikel 5 der Algemeene Politie Verordening is verleend,
trachten de kramenbelasting te ontduiken, door hun materi-
aal, dat zij aan de marktkooplieden plachten te verhuren, aan
dezen in schijn "te verkoopen". Dit geschiedt niet alleen aan
hun eigen klanten, doch ook aan de klanten van andere ver-
huurders; het gevolg hiervan is, dat zij de geheele regeling
in gevaar brengen. Daar de orde en de rust op de markten,
door de practijken van deze enkele verhuurders, ernstig wor-
den verstoord en mij op grond van de bestaande bepalingen van
het Reglement op de Markten niet voldoende middelen ten
dienste staan om hieraan paal en perk te stellen, meen ik U
te moeten voorstellen dienaangaande het Reglement op de
Markten aan te vullen, zooals ik hieronder zal aangeven.

Teneinde U een goed inzicht in het hierboven ge-
schetste euvel te geven, laat ik hieronder de feiten volgen,
die ertoe hebben geleid, dat de onderhavige bepalingen zijn
ingevoerd. * Kern van de zaak: Het document beschrijft een vorm van belastingontwijking op de markt. Verhuurders van marktkramen proberen de heffing van het zogenaamde "kramengeld" te omzeilen door hun kramen "in schijn" te verkopen aan marktkooplieden in plaats van ze te verhuren.
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar de Algemeene Politie Verordening (APV), de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, en het Reglement op de Markten. Specifiek wordt artikel 344 lid 1 sub b juncto artikel 5 van de APV genoemd.
* Problematiek: De bestaande regels blijken onvoldoende om deze "schijnverkopen" aan te pakken. Dit zorgt voor verstoring van de orde en rust op de markt en ondermijnt de effectiviteit van de kramengeld-regeling.
* Doel: De schrijver stelt voor om het Reglement op de Markten aan te vullen met nieuwe bepalingen om deze mazen in de wet te dichten. Dit document stamt uit april 1939, een periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In deze tijd was de organisatie van markten en de voedselvoorziening ("Levensmiddelen") een cruciale gemeentelijke taak. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een specifieke portefeuille die zich bezighield met de marktlogistiek en distributie.

Het document illustreert de constante strijd tussen de overheid, die probeert via verordeningen inkomsten te genereren en orde te handhaven, en ondernemers die proberen de mazen in de regelgeving op te zoeken. De genoemde "Algemeene Politie Verordening" is de voorloper van de huidige APV, die nog steeds de basis vormt voor de handhaving van de openbare orde en economische activiteiten op gemeentelijk niveau. De formele, ambtelijke taal is kenmerkend voor de Nederlandse administratieve cultuur van het interbellum.

Samenvatting

  • Kern van de zaak: Het document beschrijft een vorm van belastingontwijking op de markt. Verhuurders van marktkramen proberen de heffing van het zogenaamde "kramengeld" te omzeilen door hun kramen "in schijn" te verkopen aan marktkooplieden in plaats van ze te verhuren.
  • Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar de Algemeene Politie Verordening (APV), de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, en het Reglement op de Markten. Specifiek wordt artikel 344 lid 1 sub b juncto artikel 5 van de APV genoemd.
  • Problematiek: De bestaande regels blijken onvoldoende om deze "schijnverkopen" aan te pakken. Dit zorgt voor verstoring van de orde en rust op de markt en ondermijnt de effectiviteit van de kramengeld-regeling.
  • Doel: De schrijver stelt voor om het Reglement op de Markten aan te vullen met nieuwe bepalingen om deze mazen in de wet te dichten.

Historische Context

Dit document stamt uit april 1939, een periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In deze tijd was de organisatie van markten en de voedselvoorziening ("Levensmiddelen") een cruciale gemeentelijke taak. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een specifieke portefeuille die zich bezighield met de marktlogistiek en distributie.

Het document illustreert de constante strijd tussen de overheid, die probeert via verordeningen inkomsten te genereren en orde te handhaven, en ondernemers die proberen de mazen in de regelgeving op te zoeken. De genoemde "Algemeene Politie Verordening" is de voorloper van de huidige APV, die nog steeds de basis vormt voor de handhaving van de openbare orde en economische activiteiten op gemeentelijk niveau. De formele, ambtelijke taal is kenmerkend voor de Nederlandse administratieve cultuur van het interbellum.

Gerelateerde Documenten 6