Archiefdocument
Origineel
25 november 1940 (A’dam 25 Nov. 1940). [In rode inkt:] 2B/156/2 [In potlood:] 25/11/40 #8
A’dam 25 Nov. 1940
Aan de Directie van de
Nederlandsche Akkerbouw
Centrale
Ter attentie van den heer Mr. Kool.
[Doorgehaald woord, vermoedelijk: Betr.]
Hiermede heb ik de eer U
te berichten, dat twee hier ter stede
gevestigde winkeliers in aardappelen,
groente en fruit, nl. J. J. Koentjes
Bloemstraat 62 en J. W. Bergen,
Molukkenstraat 81, zich tot mij
hebben gewend met de klacht, dat
hun door de Stichting "Centraal
Belang" een erkenning als aardappelen-
handelaar wordt geweigerd. Beide
winkeliers zijn voorheen jarenlang
in den aardappelhandel werkzaam * Vorm: Een zakelijke correspondentie, met de hand geschreven in een duidelijk, ambtelijk handschrift.
* Taal: Nederlands met de toenmalige spelling (bijv. "Nederlandsche", "den").
* Inhoud: De schrijver treedt op als bemiddelaar voor twee winkeliers, J.J. Koentjes en J.W. Bergen. Zij hebben te horen gekregen dat zij niet erkend worden als aardappelhandelaar door de Stichting "Centraal Belang". De brief benadrukt dat beide mannen reeds jarenlange ervaring hebben in deze sector, wat waarschijnlijk dient als argument om de weigering aan te vechten.
* Administratieve context: De brief is gericht aan de Nederlandsche Akkerbouwcentrale (NAC). De aantekeningen in de bovenmarge duiden op een systematische archivering binnen een overheids- of semi-overheidsinstantie. Dit document stamt uit november 1940, de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie strakker gereguleerd om de voedselvoorziening te controleren en te rantsoeneren.
- Nederlandsche Akkerbouwcentrale (NAC): Dit was een crisisorgaan (onderdeel van de Rijksbureaus) dat tijdens de bezetting een centrale rol speelde in het reguleren van de productie en distributie van akkerbouwproducten.
- Erkenning en Vergunningen: Om te mogen handelen in schaarse goederen zoals aardappelen, was een officiële erkenning noodzakelijk. De Stichting "Centraal Belang" fungeerde hierbij waarschijnlijk als keuringsinstantie of belangenbehartiger die adviseerde over wie wel of geen vergunning kreeg.
- Sociale impact: De weigering van een dergelijke erkenning betekende in oorlogstijd vaak het einde van een nering. Het feit dat winkeliers zich tot een derde partij wendden om hun zaak te bepleiten bij de Directie, toont de bureaucratische strijd aan die kleine ondernemers moesten voeren om hun voortbestaan te verzekeren onder het nieuwe regime.