Archiefdocument
Origineel
14 september 1940. Nederlandsche Akkerbouw-Centrale (NAC), Bezuidenhout 15, 's-Gravenhage. Directie van Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W. NEDERLANDSCHE AKKERBOUW-CENTRALE
BANKRELATIES: DE NEDERL. BANK, AMSTERD. BANK, ROTTERD. BANKVEREEN., ALLE TE 'S-GRAVENHAGE;
NEDERL. LANDBOUWBANK TE AMSTERDAM, COÖP. CENTR. RAIFFEISENBANK TE UTRECHT.
POSTGIRO: No. 226000 — TELEGRAM-ADRES: NEGRACE — TELEFOON No. 720090-97. RIJKS-TELEF. T T I EN T T II.
No. 189/NICA
(Verzoeke bij beantwoording bovenstaand nummer te vermelden, en niet meer dan één onderwerp per brief te behandelen.)
Persoonlijk bezoek alléén van 9—12 uur.
'S-GRAVENHAGE, 14 September 1940.
BEZUIDENHOUT 15
[Stempel: Nº 5/49/4 ... 1940]
[Handgeschreven toevoeging in stempel: 11/9]
[Handgeschreven paraaf/kenmerk links: vDi/KL 1/3]
Aan de Directie van
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM W.
Betr.: Aardappelprijzen.
Mijne Heeren,
Wij ontvingen in dank Uw schrijven d.d. 10 dezer Nº 5/49/3 M en hebben goede nota genomen van de gegevens vervat in de bijlage van dit schrijven.-
Hoogachtend,
p.p. NEDERLANDSCHE AKKERBOUW-CENTRALE
N.I.C.A.
[Handtekening 1] [Handtekening 2]
[Linksonder:]
Model G. 105 - 25 000
(A) 19071 - '40 Dit document is een korte administratieve bevestiging van de Nederlandsche Akkerbouw-Centrale (NAC) aan de Directie van Marktwezen in Amsterdam. De kern van de boodschap is de ontvangstbevestiging van gegevens over aardappelprijzen die door Amsterdam waren toegezonden.
De brief is exemplarisch voor de formele, hiërarchische communicatiestijl van die tijd. Het gebruik van stempels en referentienummers (zoals "189/NICA" en het inkomende nummer "5/49/4") duidt op een hoogontwikkelde bureaucratische structuur. De ondertekening geschiedt "p.p." (per procuratie), wat betekent dat de ondertekenaars handelden uit naam van de organisatie. De afkorting N.I.C.A. staat waarschijnlijk voor de specifieke afdeling of sector binnen de Centrale die belast was met deze materie. De datum van de brief, september 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de regie over de voedselvoorziening en prijsvorming steeds centraler aangestuurd om schaarste en woekerprijzen te voorkomen (en om de Duitse oorlogsbelangen te dienen).
De Nederlandsche Akkerbouw-Centrale was een cruciaal orgaan in dit proces; zij hield toezicht op de productie en handel van akkerbouwgewassen. De ontvanger, de Directie van Marktwezen in Amsterdam, was verantwoordelijk voor de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, het distributiepunt voor de voedselvoorziening van de hoofdstad. Dat deze instanties intensief correspondeerden over aardappelprijzen is logisch, aangezien aardappelen het primaire volksvoedsel vormden en prijsstabiliteit essentieel was voor de sociale rust in de grote steden.