Administratieve brief / memo.
Origineel
Administratieve brief / memo. 3 mei 1940. Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijk functionaris of referent). A’dam 3 Mei 1940.
Den Heer Dir. der Gem. Arbeidsbeurs,
Naar aanl. v. Uw brief d.d. 27 April j.l. (No. 17228 A.B. 1940) bericht ik U, dat naar mijn meening de bezwaren, die in 1931 tegen herplaatsing in Gemeentedienst van G. van der Wal bestonden, thans niet meer moeten gelden. Van der Wal was destijds, als jongen van 17 jaar eenigszins recalcitrant. Mij is thans gebleken, dat hij zich de latere jaren op alleszins behoorlijke wijze ~~particulierlijk~~ heeft gedragen, weshalve ik hem gaarne voor een gemeente-betrekking aanbeveel.
3/5 40 [onleesbaar monogram/initialen]
~~L. terwijl bij...~~ [doorgehaald]
[In rood potlood/stempel onderaan:]
8 A/72/3 M
4/5/40 [initialen] Het document is een kort, zakelijk schrijven waarin een persoon genaamd G. van der Wal wordt gerehabiliteerd voor een functie bij de gemeente. Uit de tekst blijkt dat de man in 1931 (negen jaar eerder) als 17-jarige jongen als "recalcitrant" werd bestempeld, wat destijds een belemmering vormde voor zijn aanstelling in gemeentedienst. De schrijver merkt op dat Van der Wal zich in de tussenliggende jaren goed heeft gedragen en spreekt nu een positieve aanbeveling uit.
Het handschrift is een typisch midden-20e-eeuws cursief met administratieve afkortingen zoals "d.d." (de dato/gedateerd) en "j.l." (jongstleden). Opvallend is de correctie in de tekst: het woord "particulierlijk" (mogelijk verwijzend naar zijn gedrag in de private sector) is doorgestreept ten gunste van een algemenere beschrijving van zijn goede gedrag. De datum van het document, 3 mei 1940, is historisch zeer saillant. Het werd geschreven slechts één week voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het laat zien dat het dagelijks leven en de gemeentelijke bureaucreatie in Amsterdam op dat moment nog volledig normaal functioneerden, ondanks de dreigende oorlogssituatie in Europa.
De Gemeentelijke Arbeidsbeurs speelde in die tijd een cruciale rol in de arbeidsbemiddeling, zeker na de crisisjaren van de jaren '30. Een "gemeente-betrekking" gold als een zeer stabiele en begeerlijke positie. Dat iemands gedrag als 17-jarige bijna tien jaar later nog steeds in een dossier aanwezig was, getuigt van de rigoureuze archivering en morele toetsing die destijds bij overheidsinstanties gebruikelijk was.