Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 271
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte officiële brief (doorslag).

7 december 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling in Amsterdam). Aan: Den Heer G. Hoepelman, Roetersstraat 2 b, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Getypte officiële brief (doorslag). 7 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling in Amsterdam). Den Heer G. Hoepelman, Roetersstraat 2 b, Amsterdam-Centrum. VD/HG.

den Heer G.Hoepelman,
Roetersstraat 2 b,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.

18/81/2 M.
7 December 1940.

Naar aanleiding van een mededeeling van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen moet ik U berichten, dat U ingevolge opdracht van den Secretaris-Generaal, waarnemend Hoofd van het Departement van Binnenlandsche Zaken van Uw functie als plaatsvervangend lid van de Commissie van Advies voor de Markten is ontheven.

De Directeur, Deze brief is een formeel ontslagbericht, opgesteld in de kenmerkende droge, ambtelijke stijl van die tijd. De kern van de boodschap is dat de ontvanger, de heer G. Hoepelman, met onmiddellijke ingang zijn nevenfunctie bij de gemeente Amsterdam verliest.

Opvallend is de hiërarchische rechtvaardiging: de beslissing komt van de Wethouder, maar geschiedt "ingevolge opdracht van den Secretaris-Generaal" van Binnenlandse Zaken. Hoewel de brief geen expliciete reden voor het ontslag vermeldt, spreken de datum (december 1940) en de context van de vroege bezettingsjaren boekdelen. Dit is geen individueel ontslag op basis van functioneren, maar de uitvoering van een generieke uitsluitingsmaatregel. Dit document is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen die de Duitse bezetter kort na de inval in mei 1940 invoerde. In oktober 1940 moesten alle ambtenaren de zogenaamde 'Ariërverklaring' tekenen. In november 1940 volgde de verordening waarbij alle Joodse ambtenaren en personen in openbare functies (zoals commissieleden) uit hun ambt werden ontheven.

De ontvanger, Gerrit Hoepelman (1876-1943), was een Joodse Amsterdammer en koopman. Deze brief markeert het moment waarop hij, op last van de bezetter en uitgevoerd door het Nederlandse overheidsapparaat, uit het openbare leven werd gestoten. Het is een stap in het proces van isolatie en rechteloosheid dat voor Gerrit Hoepelman uiteindelijk zou eindigen in deportatie naar het vernietigingskamp Sobibor, waar hij in juli 1943 werd vermoord. De brief illustreert de 'banaliteit van het kwaad': een ingrijpende daad van discriminatie en vervolging verpakt in een alledaags, zakelijk schrijven.

Samenvatting

Deze brief is een formeel ontslagbericht, opgesteld in de kenmerkende droge, ambtelijke stijl van die tijd. De kern van de boodschap is dat de ontvanger, de heer G. Hoepelman, met onmiddellijke ingang zijn nevenfunctie bij de gemeente Amsterdam verliest.

Opvallend is de hiërarchische rechtvaardiging: de beslissing komt van de Wethouder, maar geschiedt "ingevolge opdracht van den Secretaris-Generaal" van Binnenlandse Zaken. Hoewel de brief geen expliciete reden voor het ontslag vermeldt, spreken de datum (december 1940) en de context van de vroege bezettingsjaren boekdelen. Dit is geen individueel ontslag op basis van functioneren, maar de uitvoering van een generieke uitsluitingsmaatregel.

Historische Context

Dit document is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen die de Duitse bezetter kort na de inval in mei 1940 invoerde. In oktober 1940 moesten alle ambtenaren de zogenaamde 'Ariërverklaring' tekenen. In november 1940 volgde de verordening waarbij alle Joodse ambtenaren en personen in openbare functies (zoals commissieleden) uit hun ambt werden ontheven.

De ontvanger, Gerrit Hoepelman (1876-1943), was een Joodse Amsterdammer en koopman. Deze brief markeert het moment waarop hij, op last van de bezetter en uitgevoerd door het Nederlandse overheidsapparaat, uit het openbare leven werd gestoten. Het is een stap in het proces van isolatie en rechteloosheid dat voor Gerrit Hoepelman uiteindelijk zou eindigen in deportatie naar het vernietigingskamp Sobibor, waar hij in juli 1943 werd vermoord. De brief illustreert de 'banaliteit van het kwaad': een ingrijpende daad van discriminatie en vervolging verpakt in een alledaags, zakelijk schrijven.

Gerelateerde Documenten 2