Getypt afschrift van een brief
Origineel
Getypt afschrift van een brief 14 juni 1940 Mej. Kesteren (in de Duitse samenvatting gespeld als "Frau Kersten") No.20/28/1 M.1940.8/7. AFSCHRIFT.-
Amsterdam, 14/6-1940.
Beleefd kom ik met een verzoek tot U. Aangezien myn man
cristen marktkoopman is al 15 jaar en nu zyn brood niet meer
kan verdienen aangezien de joden geen handel meer aan cristen
kooplieden verkoopen nu had hy een beetje kunnen koopen en kan
hy 's Zaterdags nergens een plaats krygen en de joden krygen
wel plaats, die hebben groote huishouding en gaan dan met zyn
alle mee loten zoodoende hebben ze altyd een paar plaat sen dat
gaat hier op de markten zoo oneerlyk de joden zyn de baas en
ze doen allemaal prys opdryven de duitsche soldaten koopen ook
nog by joden. Beleefd verzoek ik U daar spoedig een verande-
ring in te brengen dat een cristen koopman ook zyn brood kan
verdienen by voorbaat ons hartelyk dank.
Hoogachtend,
get.Mej.Kesteren.
Frau Kersten ersucht um bessere Regelung auf dem Markt, Die
Juden bekommen dort die besten Platze, ausserdem beklagt sie
sich, dass dtsch. Soldaten noch immer bei Juden kaufen. * Inhoud: De brief is een klacht van een vrouw wiens echtgenoot als "christen marktkoopman" werkzaam is. Zij beklaagt zich over de concurrentie van Joodse handelaren op de Amsterdamse markten. De kernpunten van haar klacht zijn:
1. Joodse groothandelaren zouden weigeren aan christenen te verkopen.
2. Het systeem van standplaatsverdeling (loting) zou in het voordeel van Joden werken omdat zij met grote families deelnemen aan de loting.
3. Joden zouden de prijzen opdrijven.
4. Duitse soldaten doen nog steeds aankopen bij Joodse kraampjes, tot onvrede van de schrijfster.
* Toon: De toon is een mengeling van nederigheid ("Beleefd kom ik") en opportunistisch antisemitisme. De schrijfster probeert de nieuwe machtsverhoudingen (de Duitse bezetting was op dat moment één maand oud) te gebruiken om economisch voordeel voor haar man te behalen ten koste van de Joodse bevolking.
* Taalgebruik: Het Nederlands bevat diverse spelfouten ("cristen", "plaat sen", "opdryven") en een informele zinsbouw, wat wijst op een afzender met een eenvoudige achtergrond. Dit document is een treffend voorbeeld van antisemitisme 'van onderop' in de vroege dagen van de Duitse bezetting van Nederland (juni 1940). Hoewel de grootschalige uitsluiting van Joden door de bezetter nog in de kinderschoenen stond, laat deze brief zien dat sommige burgers direct de kans grepen om bij de autoriteiten aan te dringen op segregatie en economische discriminatie.
De Duitse samenvatting onderaan de brief duidt erop dat het document is verwerkt door een Duitse instantie, waarschijnlijk de Beauftragte voor de stad Amsterdam of een afdeling van de Wehrmacht. Het feit dat de afzender het ongepast vindt dat Duitse soldaten bij Joden kopen, laat zien hoe snel bepaalde bevolkingsgroepen probeerden te anticiperen op de ideologie van de bezetter om persoonlijke grieven of economische belangen te behartigen. U. Aangezien Wehrmacht