Administratief bijblad/memo (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad/memo (Algemene Zaken Model No. 14). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 224/1 1940
DOORGEZONDEN: 12/3-'40.
[Rechtsboven handgeschreven:]
Bloemenmarkt
80
[Midden handgeschreven:]
~~De~~ H.W. Zomeren kan m.i. in verband met de vorstperiode vrijgesteld worden van betaling. (Zie rapport controleur marktopz.)
[Marginale notities en parafen:]
Hr Bakker
advies
13-3-40
Delmar [?]
Hr Muller
Hoeveel kwijtschelding dus te verleenen?
19-3-40
Delmar [?]
[Linksonder berekening in kolommen:]
24/12 - 30/12 4/2 - 10/2
31/12 - 6/1 11/2 - 17/2
7/1 - 13/1 18/2 - 24/2
14/1 - 20/1 -----------
21/1 - 27/1 9 x 75 = 6.75
28/1 - 3/2
[Rechtsonder afronding:]
20/3 '40 [Paraaf]
van 24/12-1939 t/m 24/2 1940
= 9 weken à f 0.75 = f 6.75
[Voorgedrukte voetnoot:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern ambtelijk schrijven betreffende een verzoek om kwijtschelding van marktgeld. De heer H.W. Zomeren, een koopman op de Bloemenmarkt, wordt voorgedragen voor vrijstelling van betaling over een periode van negen weken.
De reden hiervoor is de "vorstperiode". Uit de berekening blijkt dat het gaat om de periode van 24 december 1939 tot en met 24 februari 1940. De wekelijkse staangeldvergoeding bedroeg f 0,75 (75 gulden-cent), wat over negen weken neerkomt op een totaalbedrag van f 6,75. Diverse ambtenaren (waaronder de heren Bakker, Muller en een persoon met de paraaf 'Delmar') hebben het advies voorzien van hun akkoord en paraaf in de loop van maart 1940. De winter van 1939-1940 staat bekend als een van de strengste winters van de 20e eeuw in Nederland (met onder andere de zesde Elfstedentocht). Voor marktkooplieden, die buiten werkten, betekende extreme vorst vaak dat zij hun handel niet konden drijven. Gemeentelijke marktdiensten boden in dergelijke gevallen vaak coulance door het marktgeld voor die periode kwijt te schelden.
Het document dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het toont de normale ambtelijke gang van zaken in een Nederlandse gemeente in de laatste maanden van de mobilisatieperiode. De verwijzing naar "Model No. 14" en de specifieke controleur "marktopz." (marktopzichter) wijst op een gestructureerde gemeentelijke marktadministratie.