Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 396
Dossier 11
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk advies / memo.

25 april 1940. Van: Waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van het Marktwezen (ondertekening lijkt op *G. Mommersteeg*). Aan: De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven ambtelijk advies / memo. 25 april 1940. Waarschijnlijk een ambtenaar of afdelingshoofd van het Marktwezen (ondertekening lijkt op G. Mommersteeg). De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Advies op 25/72/1 M/p

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

In verband met bijgaand verzoek van den Heer
Directeur der Amsterdamsche Vereeniging tot
bestrijding der tuberculose, ten behoeve van Isaac
van Rinda, diene het volgende:
Eenige weken geleden heeft van Rinda een verzoek
tot de directie v/h Marktwezen gericht om in aan-
merking te komen voor de plaats, die zijn vader in-
dertijd heeft ingenomen op de AC markt, hetgeen
is afgewezen (zie 25/54/2 M d.d. 9/4-'40).
Op 23 April ll. is R. op de sollicitantenlijst voor deze
markt geplaatst.
Gezien de huidige bezetting kan hem dagelijks
een losse plaats worden toegewezen.
Hem een plaats toe te wijzen met een eenigs-
zins stabiel karakter is niet mogelijk zonder
belangen van meer rechthebbenden te schaden en
uit den aard der zaak ongewenscht.
Door zich te doen plaatsen op de soll. lijst is Rinda
dus in feite reeds geholpen.

Amst. 25 April '40
[Handtekening] Dit document betreft een ambtelijke afhandeling van een verzoek om een marktplaats. Isaac van Rinda trachtte de plek van zijn vader op de Albert Cuypmarkt (hier afgekort als "AC markt") over te nemen. Hij werd hierin ondersteund door de Amsterdamse Vereniging tot bestrijding der tuberculose, wat impliceert dat er sprake was van een precaire sociale of medische situatie.

De bureaucratische reactie is echter onverzettelijk: omdat er een wachtlijst is met "meer rechthebbenden" (mensen met meer anciënniteit), kan hij geen vaste ("stabiele") plek krijgen. De conclusie van de ambtenaar is dat Van Rinda "reeds geholpen" is door hem simpelweg op de sollicitantenlijst te plaatsen, waardoor hij dagelijks moet hopen op een restplek ("losse plaats"). De datum van het document, 25 april 1940, is zeer betekenisvol: dit is slechts twee weken voor de Duitse inval in Nederland. Isaac van Rinda (1903) was een Joodse Amsterdammer. Dit document toont zijn strijd om in zijn levensonderhoud te voorzien in een reeds overgereguleerd systeem, vlak voordat de nazi-bezetting de rechten van Joodse marktkooplieden volledig zou vernietigen. Uit historische bronnen is bekend dat Isaac van Rinda de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in april 1943 in Sobibor vermoord. De bemoeienis van de tuberculosevereniging suggereert dat hij mogelijk al kampte met een zwakke gezondheid op het moment dat hij deze aanvraag deed.

Samenvatting

Dit document betreft een ambtelijke afhandeling van een verzoek om een marktplaats. Isaac van Rinda trachtte de plek van zijn vader op de Albert Cuypmarkt (hier afgekort als "AC markt") over te nemen. Hij werd hierin ondersteund door de Amsterdamse Vereniging tot bestrijding der tuberculose, wat impliceert dat er sprake was van een precaire sociale of medische situatie.

De bureaucratische reactie is echter onverzettelijk: omdat er een wachtlijst is met "meer rechthebbenden" (mensen met meer anciënniteit), kan hij geen vaste ("stabiele") plek krijgen. De conclusie van de ambtenaar is dat Van Rinda "reeds geholpen" is door hem simpelweg op de sollicitantenlijst te plaatsen, waardoor hij dagelijks moet hopen op een restplek ("losse plaats").

Historische Context

De datum van het document, 25 april 1940, is zeer betekenisvol: dit is slechts twee weken voor de Duitse inval in Nederland. Isaac van Rinda (1903) was een Joodse Amsterdammer. Dit document toont zijn strijd om in zijn levensonderhoud te voorzien in een reeds overgereguleerd systeem, vlak voordat de nazi-bezetting de rechten van Joodse marktkooplieden volledig zou vernietigen. Uit historische bronnen is bekend dat Isaac van Rinda de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in april 1943 in Sobibor vermoord. De bemoeienis van de tuberculosevereniging suggereert dat hij mogelijk al kampte met een zwakke gezondheid op het moment dat hij deze aanvraag deed.

Gerelateerde Documenten 4