Brief (verzoekschrift)
Origineel
Brief (verzoekschrift) 2 juli 1940 E. van Essen, Albert Cuypstraat 220 I, Amsterdam Onbekend (geadresseerd aan "Wel Ed. Heer", waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke instantie) No 25/129/1 M. 1940 810
Amsterdam 2 Juli 1940
Wel Ed Heer.
Daar ik marktkoopman in haring ben, doch thans geen, nieuwe voorraad kan verkrijgen verzoek ik U W Ed eenige maanden uitstel van plaats-beschikking voor mijn marktplaats Mogelijk kan ik een ander artikel voor de markt verkrijgen of zal ik gaan probeeren op andere wij. in mijn onderhoud te voorzien doch wensch mijn marktplaats te behouden.
U antwoord tegemoet zien,
Hoogachtend.
E v Essen.
Alb. Cuypstraat 220 I
[Rechtsonder, administratieve aantekening:] v l 281 a G In deze brief wendt E. van Essen, een haringkoopman uit de Albert Cuypstraat, zich tot de autoriteiten. De kern van zijn verzoek is het behoud van zijn standplaatsvergunning ("plaatsbeschikking"). Vanwege de oorlogsomstandigheden in juli 1940 kan hij geen haring meer inkopen.
Hij vraagt om een uitstel van enkele maanden wat betreft zijn verplichtingen of de geldigheid van zijn plek, zodat hij de tijd heeft om ofwel een ander product te vinden om te verkopen, ofwel op een andere manier in zijn levensonderhoud te voorzien, zonder daarbij zijn vaste plek op de markt definitief te verliezen. De datum van de brief, 2 juli 1940, is cruciaal. Nederland was op dat moment minder dan twee maanden bezet door nazi-Duitsland. De aanvoer van vis, en met name haring, werd direct getroffen door de oorlogvoering op de Noordzee. De visserij kwam nagenoeg stil te liggen door mijnengevaar en vorderingen van schepen, waardoor haringkooplieden plotseling zonder handel kwamen te zitten.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Voor een kleine zelfstandige zoals Van Essen betekende het verlies van een standplaats het verlies van zijn toekomstperspectief. De brief illustreert de directe economische gevolgen van de bezetting voor de gewone Amsterdamse burger en de onzekerheid over de duur van de tekorten. E. van Essen