Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 17 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Marktadministratie Amsterdam). Den Heer C. Nadort, Albert Cuypstraat 154 II, Amsterdam-Zuid. extra
HG.
den Heer C. Nadort,
Albert Cuypstraat 154 II,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 14.
25/246/2 M. 17 December 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 4 December jl. verleen ik
U hierbij gedurende ten hoogste twee maanden na dato dezes toestem-
ming Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat niet te bezetten, mits
U zorgdraagt, dat het ondanks Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld
wekelijks bij den dienstenenden marktambtenaar wordt betaald, daar
Uw plaats anders, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van
het Reglement op de Markten, zal worden ingetrokken.
De Directeur, De brief is een formeel antwoord op een verzoek van de heer C. Nadort. Nadort heeft toestemming gevraagd om zijn marktplaats op de Albert Cuypmarkt tijdelijk niet te hoeven bezetten. De directeur van de marktdienst verleent deze toestemming voor een periode van maximaal twee maanden, gerekend vanaf de datum van de brief.
Er is echter een strikte voorwaarde aan verbonden: het verschuldigde marktgeld moet wekelijks worden doorbetaald aan de dienstdoende marktambtenaar. Indien deze betaling achterwege blijft, wordt de vergunning voor de standplaats ingetrokken conform het geldende Markreglement. De vermelding van "Wijk 14" duidt op de administratieve indeling van de stad of het marktdistrict. Dit document stamt uit december 1940, de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode bleven de normale gemeentelijke administratieve processen in eerste instantie grotendeels ongewijzigd doorlopen, hoewel de druk op de bevolking toenam.
De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In de oorlogsjaren vonden er ingrijpende veranderingen plaats op de Amsterdamse markten, met name door de toenemende uitsluiting van Joodse marktkooplieden. Hoewel deze specifieke brief een zakelijke regeling betreffende afwezigheid en marktgeld betreft, maken dergelijke documenten in archieven vaak deel uit van dossiers die de bureaucratische controle over de handel in de stad illustreren. De reden voor de afwezigheid van de heer Nadort wordt in de brief niet vermeld, maar het was gebruikelijk om dergelijke verzoeken in te dienen bij ziekte of familieomstandigheden. De handgeschreven aantekening "extra" suggereert dat dit exemplaar mogelijk als extra kopie voor een specifiek dossier (zoals een wijkregister) was bedoeld. C. Nadort Marktwezen