Archief 745
Inventaris 745-319
Pagina 135
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële brief/kennisgeving (doorslag).

1 mei 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam).

Origineel

Officiële brief/kennisgeving (doorslag). 1 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Rechtsboven, handgeschreven:]
Zen. M. de Boer.

[Linksboven, deels getypt, deels handgeschreven:]
26/32/2 M. DV. Naarden 3/5-140.

[Rechts, getypt:]
1 Mei 1940.

[Geadresseerde, getypt:]
den Heer S. Naarden,
Zwanenburgwal 19 I,
Amsterdam-C.
Wijk 2.

[Inhoud, getypt:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 5 April jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Dapperplein en Waterlooplein
te laten bystaan - niet vervangen - door L. Lap.

[Afsluiting, getypt:]
De Directeur, Het document is een formele goedkeuring van een verzoek dat op 5 april 1940 door de heer S. Naarden was ingediend. De directeur van de betreffende gemeentelijke dienst verleent hem de toestemming om zich op zijn vaste marktplaatsen te laten bijstaan door de heer L. Lap.

Er zijn twee belangrijke voorwaarden in de tekst:
1. Tot wederopzegging: De toestemming is niet permanent en kan door de gemeente worden ingetrokken.
2. Niet vervangen: De heer Lap mag de heer Naarden slechts helpen ("bystaan"); hij mag hem niet volledig vervangen als exploitant van de marktplaats. Dit duidt op strenge regels omtrent de persoonlijke uitoefening van marktvergunningen. De datum van de brief, 1 mei 1940, bevindt zich in de laatste dagen van de mobilisatie in Nederland, precies negen dagen voor de Duitse inval op 10 mei. Het document illustreert de dagelijkse bureaucratie van het Amsterdamse marktwezen die op dat moment nog 'gewoon' functioneerde.

De genoemde locaties zijn historisch van belang: de markt op het Dapperplein en met name die op het Waterlooplein. Het Waterlooplein was het centrum van de Joodse markt in Amsterdam. De namen S. Naarden en L. Lap suggereren dat het hier waarschijnlijk om Joodse markthandelaren gaat. Zeer kort na het versturen van deze brief zou de situatie voor deze handelaren drastisch veranderen door de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter, die uiteindelijk zouden leiden tot de totale uitsluiting van Joden van de Amsterdamse markten. C. Marktwezen

Samenvatting

Het document is een formele goedkeuring van een verzoek dat op 5 april 1940 door de heer S. Naarden was ingediend. De directeur van de betreffende gemeentelijke dienst verleent hem de toestemming om zich op zijn vaste marktplaatsen te laten bijstaan door de heer L. Lap.

Er zijn twee belangrijke voorwaarden in de tekst:
1. Tot wederopzegging: De toestemming is niet permanent en kan door de gemeente worden ingetrokken.
2. Niet vervangen: De heer Lap mag de heer Naarden slechts helpen ("bystaan"); hij mag hem niet volledig vervangen als exploitant van de marktplaats. Dit duidt op strenge regels omtrent de persoonlijke uitoefening van marktvergunningen.

Historische Context

De datum van de brief, 1 mei 1940, bevindt zich in de laatste dagen van de mobilisatie in Nederland, precies negen dagen voor de Duitse inval op 10 mei. Het document illustreert de dagelijkse bureaucratie van het Amsterdamse marktwezen die op dat moment nog 'gewoon' functioneerde.

De genoemde locaties zijn historisch van belang: de markt op het Dapperplein en met name die op het Waterlooplein. Het Waterlooplein was het centrum van de Joodse markt in Amsterdam. De namen S. Naarden en L. Lap suggereren dat het hier waarschijnlijk om Joodse markthandelaren gaat. Zeer kort na het versturen van deze brief zou de situatie voor deze handelaren drastisch veranderen door de anti-Joodse maatregelen van de Duitse bezetter, die uiteindelijk zouden leiden tot de totale uitsluiting van Joden van de Amsterdamse markten.

Genoemde Personen 1

C.

Locaties

Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6