Ambtsbriefje / Interne memo.
Origineel
Ambtsbriefje / Interne memo. 22 augustus 1940. Onbekend (ondertekening lijkt 'Meuwese'), vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder. 26/64/1 M 1940
Lindengracht
Den Heer Inspecteur
afd. Marktwezen
alhier.
Tegen het verzoek van pl: no 179 E.M. Nederlof
om gedurende drie maanden uitstel te bekomen
voor het openen van een zaak, bestaat bij mij
geen bezwaar.
Nederlof dient er echter zorg voor te dragen
dat zijn marktgeld op tijd betaald wordt.
22 Augustus 1940.
[Handtekening]
Meuwese. * Inhoud: Het document is een formeel advies aan de Inspecteur van de afdeling Marktwezen. De schrijver geeft aan geen bezwaar te hebben tegen het verzoek van een zekere E.M. Nederlof (houder van plaats no. 179 op de Lindengracht) om drie maanden later te mogen beginnen met zijn verkoopactiviteiten.
* Voorwaarde: De goedkeuring is niet onvoorwaardelijk; de handelaar is verplicht om tijdens deze periode van uitstel wel gewoon het marktgeld (de staanplaatsvergoeding) te blijven betalen.
* Taal en stijl: Het briefje is geschreven in de typische ambtelijke stijl van die tijd, met woorden als "bekomen" (verkrijgen) en "alhier". De handgeschreven tekst is een verzorgd lopend schrift.
* Administratieve details: Linksbovenaan staat een dossiernummer of archiefkenmerk, waarin de "M" waarschijnlijk staat voor de afdeling Marktwezen. * Historische context: Het document is gedateerd augustus 1940, enkele maanden na de capitulatie van Nederland. Het laat zien dat het dagelijks bestuur en de bureaucratie in Amsterdam, waaronder het beheer van de markten, in de vroege fase van de bezetting nog grotendeels op de reguliere, vooroorlogse wijze doorgingen.
* Locatie: De Lindengracht in de Amsterdamse Jordaan was (en is) een prominente locatie voor de weekmarkt. Standplaatsen waren gewild, en het strikt handhaven van de regels omtrent bezetting en betaling was essentieel voor de gemeentelijke inkomsten en de orde op de markt.
* Economische betekenis: Voor de gemeente was de inning van "marktgeld" een constante bron van inkomsten. Het feit dat dit expliciet in het korte briefje wordt genoemd, onderstreept de prioriteit van de fiscus, zelfs wanneer een handelaar tijdelijk geen inkomsten uit zijn kraam genereerde.