Handgeschreven ambtelijke verklaring of getuigenis.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke verklaring of getuigenis. 9 september 1940. 27/71/6 Mij was niet bekend dat adres.
— [doorgehaald] voor G J Alonger^boom een waarschu-
wing was gezonden. Ik kan mij uit de aard
der zaak niet herinneren of Alongerboom den
20 Augustus afval op zijn plaats heeft achterge-
laten. Wel is het mij bekend dat hij bij het
verlaten der markt, als regel zijn afval
niet laat liggen, en zijn plaats zelfs keurig
aanveegt. De mogelijkheid bestaat dat
inderdaad een ander ^bedoeld afval [in rood] op zijn plaats heeft
neergeworpen. A’dam 9 Sept ‘40
[Handtekening, mogelijk "Krij"] De tekst betreft een ontlastende verklaring ten behoeve van een zekere G.J. Alongerboom, vermoedelijk een markthandelaar in Amsterdam. De kern van de zaak is een beschuldiging van het achterlaten van afval op de marktplaats op 20 augustus (1940).
De schrijver van het document (mogelijk een marktmeester of toezichthouder) voert drie punten aan ter verdediging:
1. Procedureel: Er is onduidelijkheid over het adres waarnaar de waarschuwing is gestuurd.
2. Karakter/Gewoonte: Hoewel de schrijver zich de specifieke dag niet herinnert, getuigt hij dat de betrokkene normaal gesproken zijn plek juist zeer netjes ("keurig") achterlaat.
3. Alternatief scenario: Er wordt gesuggereerd dat het afval door een derde op de plek van Alongerboom gedumpt kan zijn.
De rode tussenvoeging "bedoeld afval" is een latere redactionele of juridische precisering om de zin grammaticaal en inhoudelijk sluitend te maken. Het document dateert van september 1940, enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogstijd ging de reguliere civiele handhaving en bureaucratie in steden als Amsterdam door. Dergelijke documenten zijn vaak terug te vinden in gemeentelijke archieven (bijvoorbeeld van het Marktwezen) of politiedossiers betreffende kleine overtredingen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De formele toon ("uit de aard der zaak") is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die periode. G.J. Alongerboom Marktwezen