Ambtelijke notitie / intern schrijven betreffende marktplaatsvergunningen.
Origineel
Ambtelijke notitie / intern schrijven betreffende marktplaatsvergunningen. Maart en april 1940. (Stempel linksboven)
BIJBLAD VAN:
M. No. 30/23/1 1940
DOORGEZONDEN: 7/3
(Rechtsboven)
74
(Marginale aantekeningen rechts)
~~Waterlooplein~~
Zwanenburgwal.
per 2/1 40 voor plaats
bedankt met f 0.60
schuld. vraagt plaats
terug.
Hr Renz
advies
8-3-40
delaer
Oproepen
11/1 - 3-40
delaer
O 18/3.
(Hoofdtekst)
Aan E. Kool kan m.i.
worden bericht dat hij
zich voor een plaats op
de markt Zwanenburgwal
kan laten inschrijven op het
Hoofdkantoor v. d. dienst.
Zijn verzoek om hem weder in het
bezit te stellen van de plaats op de
Zwanenb. wal, welke voorheen door hem
werd ingenomen, kan m.i. niet worden
ingewilligd. Heeft 0.60 oude schuld.
(Onderaan)
~~[Onleesbare handtekening/doorhaling]~~
3-4-40
delaer
(Linksonder voetnoot)
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Inhoud: Het document betreft een verzoek van de heer E. Kool om zijn oude marktplaats aan de Zwanenburgwal in Amsterdam terug te krijgen.
* Besluitvorming: Uit de tekst blijkt dat Kool op 2 januari 1940 zijn plaats had opgezegd ("bedankt"), maar daarbij nog een schuld van 0,60 gulden had openstaan. Zijn verzoek om direct weer in het bezit te worden gesteld van zijn oude, specifieke plek wordt afgewezen ("kan m.i. niet worden ingewilligd").
* Procedure: Wel wordt geadviseerd hem te berichten dat hij zich opnieuw kan laten inschrijven voor een (willekeurige) plaats op de Zwanenburgwal via het hoofdkantoor van de betreffende gemeentelijke dienst.
* Tijdlijn: De correspondentie loopt van 7 maart 1940 (doorzending) tot 3 april 1940 (eindoordeel/afhandeling). Dit document stamt uit het voorjaar van 1940, vlak voor de Duitse inval in Nederland. Het geeft een inkijkje in de strikte administratieve handhaving van het Amsterdamse marktwezen. De Zwanenburgwal en het nabijgelegen Waterlooplein vormden het hart van de Joodse buurt in Amsterdam, waar markthandel een cruciale bron van inkomsten was voor veel bewoners.
De genoemde schuld van 60 cent lijkt naar huidige maatstaven triviaal, maar was in die tijd voor de marktmeesters reden genoeg om een verzoek tot terugkeer naar een specifieke standplaats af te wijzen. Het document illustreert de bureaucratische omgang met kleine zelfstandigen in een economisch uitdagende periode. E. Kool M. No Marktwezen