Archief 745
Inventaris 745-323
Pagina 124
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële kennisgeving/strafbeschikking van de Dienst der Markten.

3 december 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse Marktdienst). Aan: Mw. R. Witzenhuizen-Brilleman, Jodenbreestraat 52, Amsterdam-West.

Origineel

Officiële kennisgeving/strafbeschikking van de Dienst der Markten. 3 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Amsterdamse Marktdienst). Mw. R. Witzenhuizen-Brilleman, Jodenbreestraat 52, Amsterdam-West. extra [handgeschreven]

Mw.R.Witzenhuizen-Brilleman,
Jodenbreestraat 52,
Amsterdam-West.

Wyk 2.

30/70/7 M
3 December 1940.

My is gerapporteerd, dat U op Vrydag 29 November jl. de markt aan het Waterlooplein niet op het voorgeschreven tydstip met Uw goederen had verlaten.

In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten heb gestraft met ontneming van het recht om op een der markten hier ter stede een plaats te bezetten voor den tyd van twee dagen, namelyk op Donderdag 5 en Vrydag 6 December 1940.

De Directeur, Dit document is een formele kennisgeving van een tuchtrechtelijke maatregel tegen een marktkoopvrouw. De reden voor de straf is een relatief lichte overtreding: het niet op tijd verlaten van de markt op het Waterlooplein met haar handelsgoederen.

De sanctie is gebaseerd op het geldende 'Reglement op de Markten' en houdt in dat de geadresseerde gedurende twee dagen (5 en 6 december 1940) geen standplaats mag innemen op enige markt in Amsterdam. De toon van de brief is strikt bureaucratisch en autoritair, kenmerkend voor de ambtelijke communicatie uit die periode. Opvallend is de spelling ('My', 'Vrydag', 'tyd'), die nog deels aansluit bij oudere spellingsconventies. Het document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, krijgt hij een beladen betekenis door de historische context en de locatie.

De Jodenbreestraat en het Waterlooplein vormden het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De markt op het Waterlooplein was een centrale plek voor veel Joodse handelaren. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Roza Witzenhuizen-Brilleman (geboren in 1888) en haar echtgenoot Mozes Witzenhuizen inderdaad op Jodenbreestraat 52 woonden en beiden Joods waren. Zij zijn in 1942 in Auschwitz vermoord.

In 1940 begonnen de bezetter en het meewerkende Nederlandse overheidsapparaat met het steeds strikter reguleren en isoleren van de Joodse bevolking. Hoewel dit een 'normale' marktstraf lijkt, illustreert het hoe nauwgezet Joodse burgers in de gaten werden gehouden en hoe kleine overtredingen werden aangegrepen voor sancties, wat hun dagelijks levensonderhoud direct bemoeilijkte. Het is een voorbeeld van de 'banaliteit' van de bureaucratie in de vroege fase van de vervolging.

Samenvatting

Dit document is een formele kennisgeving van een tuchtrechtelijke maatregel tegen een marktkoopvrouw. De reden voor de straf is een relatief lichte overtreding: het niet op tijd verlaten van de markt op het Waterlooplein met haar handelsgoederen.

De sanctie is gebaseerd op het geldende 'Reglement op de Markten' en houdt in dat de geadresseerde gedurende twee dagen (5 en 6 december 1940) geen standplaats mag innemen op enige markt in Amsterdam. De toon van de brief is strikt bureaucratisch en autoritair, kenmerkend voor de ambtelijke communicatie uit die periode. Opvallend is de spelling ('My', 'Vrydag', 'tyd'), die nog deels aansluit bij oudere spellingsconventies.

Historische Context

Het document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, krijgt hij een beladen betekenis door de historische context en de locatie.

De Jodenbreestraat en het Waterlooplein vormden het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De markt op het Waterlooplein was een centrale plek voor veel Joodse handelaren. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Roza Witzenhuizen-Brilleman (geboren in 1888) en haar echtgenoot Mozes Witzenhuizen inderdaad op Jodenbreestraat 52 woonden en beiden Joods waren. Zij zijn in 1942 in Auschwitz vermoord.

In 1940 begonnen de bezetter en het meewerkende Nederlandse overheidsapparaat met het steeds strikter reguleren en isoleren van de Joodse bevolking. Hoewel dit een 'normale' marktstraf lijkt, illustreert het hoe nauwgezet Joodse burgers in de gaten werden gehouden en hoe kleine overtredingen werden aangegrepen voor sancties, wat hun dagelijks levensonderhoud direct bemoeilijkte. Het is een voorbeeld van de 'banaliteit' van de bureaucratie in de vroege fase van de vervolging.

Gerelateerde Documenten 3