Officiële kennisgeving van een strafmaatregel (dienstbrief).
Origineel
Officiële kennisgeving van een strafmaatregel (dienstbrief). 3 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven rechtsboven]:
zo en l. in de bus [?]
[Handgeschreven middenboven]:
Uitzending 3/12
[Getypte tekst]:
Mw.R.Witzenhuizen-Brilleman,
Jodenbreestraat 52,
Amsterdam-West.
Wyk 2.
39/70/7 M 3 December 1940.
My is gerapporteerd, dat U op Vrydag 29 November jl.
de markt aan het Waterlooplein niet op het voorgeschreven tyd-
stip met Uw goederen had verlaten.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, over-
eenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement
op de Markten heb gestraft met ontneming van het recht om op
een der markten hier ter stede een plaats te bezetten voor den
tyd van twee dagen, namelyk op Donderdag 5 en Vrydag 6 Decem-
ber 1940.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een officiële aanzegging van een tuchtrechtelijke straf. Mevrouw Witzenhuizen-Brilleman wordt gestraft omdat zij op vrijdag 29 november 1940 niet op tijd haar marktplaats op het Waterlooplein had ontruimd.
* Strafmaat: De straf bestaat uit een ontzegging van het recht om gedurende twee dagen (5 en 6 december 1940) een staanplaats in te nemen op een van de Amsterdamse markten. De juridische grondslag hiervoor is artikel 39, lid 1 van het toenmalige Reglement op de Markten.
* Taalgebruik: Het document hanteert de toen gangbare spelling (bijv. "My", "Vrydag", "namelyk") en een strikt ambtelijke, dwingende toon.
* Persoonsgegevens: De geadresseerde, mevrouw R. Witzenhuizen-Brilleman, woonde in de Jodenbreestraat. Dit was het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam. * Tijdsgewricht: De brief dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de specifieke maatregel gebaseerd is op marktreglementen, moet deze gezien worden in het licht van de toenemende restricties en bureaucratische druk op de Joodse bevolking.
* Locatie: De markt op het Waterlooplein was van oudsher een centrale plek voor Joodse handelaren. Handhaving van kleine regels werd vaak strikt toegepast door de (onder Duits toezicht staande) gemeentelijke diensten.
* Betekenis: Documenten als deze illustreren hoe het dagelijks leven en de broodwinning van burgers, in het bijzonder Joodse Amsterdammers, tot in de kleinste details werden gecontroleerd en gesanctioneerd door de overheid tijdens de bezettingsjaren. Een schorsing van twee dagen betekende een direct verlies van inkomen. Kort na deze datum zouden de maatregelen tegen Joodse marktkooplieden drastisch worden aangescherpt, resulterend in een totaal verbod op handel voor Joden op niet-Joodse markten in 1941. R. Witzenhuizen Witzenhuizen (Mevrouw) Marktwezen